Hello!
I'm now in sunny Himachal Pradesh province in India after an eventful week in Pakistan. On my first day there I helped with a bake sale at a local school where my friends are working and met many people and had an interesting time playing Dutch games and trying Pakistani food. It was well into the 40's and we were grateful for plenty of shade! On the second day we saw some sights around the city, before I was cruelly hit by a dose of food poisoning. After a day of evacuating frequently from both ends I was completely dehydrated, and couldn't drink at all without it returning shortly after. A quick visit to hospital for an IV drip and a good sleep got me over the worst of that one. The Lahore hospitals have a very open door policy and you just wander in, find a nice doctor and then a nice nurse hooks you up. It was good to have a lie down and read a good book after that. After several days in bed we saw an amazing old fort in Lahore on the Friday before cycling off on Saturday, just one day behind the original planned departure. The traffic in Pakistan has been great fun to watch and ride in, and the 'me first' mentality is a strong one throughout much of the country's operations. It was a very informative week as Tom and Adine have some good friends in Pakistan. Adine has done 9 months of hard work training teachers in speech therapy in a school for mentally challenged children. She seems to have learnt a lot about Pakistan and about herself too! A good challenge for Tom to help maintain her sanity I think :)
My health has improved tremendously since last week, to the point that we have now cycled 260km in the last 4 days. The last 30km was all uphill and we are now in sight of the Himalayas! They are massive mountains towering in the distance, all covered in snow. It is so good to be here, and within a small number of kilometres from the Dalai Lama too. We'll go visit him tomorrow for a nice chai latte.
Tom's knee is holding up well and we have been taking it slowly, especially up the hills. The food here has been amazingly good, just as I'd hoped, and almost all vegetarian too. Especially now we're in the more Buddhist area in the mountains. A very multicultural place.
It has been incredibly hot, and we have been drinking enormous quantities of water and still are not peeing! Stopping at a roadside stall for an ice cold lemonade or mango juice and water has been a highlight in itself! The people are very hospitable. We have some very mountainous days ahead, but a relatively easy day tomorrow. Just a 9km ride up a hill tomorrow to visit the main man Lama (without luggage!) for the day, so will be a nice easy one. It's great to be where the air is cooler, and we can really feel the difference from the plains. We are now at around 1300 metres.
We plan to go on a 5 day trek after we've cycled about another 250km to Manali. Then we'll be seriously getting some altitude as we approach some major mountains.
Cheers,
Michael
dinsdag 28 april 2009
woensdag 22 april 2009
Bake sale
Zondag 19 april was het zover: de tweede verjaardag van ons huwelijk én de bake sale van de Bishop Rockey Chapel. Sinds een aantal maanden wordt op de campus hard gewerkt aan de bouw van een nieuwe hoofdkerk voor het bisdom Raiwind (Kerk van Pakistan). Hoewel er nog niet genoeg geld beschikbaar is (totale kosten: ongeveer 20 miljoen Pakistaanse roepie, circa € 200.000), is alvast aan de bouw begonnen. Door alvast met de bouw te beginnen, hoopt het bisdom makkelijker geld binnen te halen van potentiële donoren. Mensen blijken toch gemakkelijker geld te geven, als een project al van de grond is. Het schijnt in Pakistan in ieder geval een redelijk normale praktijk te zijn om alvast aan een project te beginnen ook al is niet al het geld binnen. Toen wij in december een bezoek brachten aan het platteland, bezochten we ook een kerk in aanbouw. Bijna alles was klaar, behalve het dak. Tijdens het bezoek beloofde de bisschop de kosten voor het dak voor zijn rekening te nemen.
Het is de bedoeling dat de Bishop Rockey Chapel gebruik gaat maken van de nieuwe ‘Central Church’. Zodoende werd de chapel gevraagd op ook haar steentje bij te dragen. De bijdrage zou moeten bestaan uit de aanschaf en installatie van de elektrische bedrading. De totale kosten hiervan worden geschat op ongeveer 10 procent van de totale bouwkosten. Om dit bedrag binnen te halen werd besloten om een ‘bake sale’ te organiseren. Een bake sale zouden wij in Nederland een braderie noemen, oftewel brood en spelen.
Twee maanden lang werd er door de leden van de Bishop Rockey Chapel hard gewerkt om de bake sale tot een succes te maken. Zo moest iedere familie 100 loten aan de man proberen te brengen en zoveel mogelijk reclame maken voor de bake sale. Ook werd bijna iedereen ingeschakeld om tijdens de bake sale eten te koken en te verkopen, een spelletje te begeleiden, lootjes te verkopen of een ander stalletje te bemannen. Wij namen de taak op ons om Italiaans eten te verkopen en het spijkerbroekhangen aan de man te brengen. Daarnaast werd Tom gevraagd om een plattegrond van het terrein te maken, met daarop aangegeven waar welke stalletjes moesten komen. Als echte planoloog nam Tom die taak zeer serieus op zich. Een halve morgen is hij in de weer geweest om het terrein van St. Peter’s High School, waar de bake sale zou plaatsvinden, op te meten.
Op zondag werd er na de dienst van negen uur begonnen met de opbouw. Wij sloegen deze dienst over, omdat we laat naar bed waren gegaan. We hadden namelijk Michael, een Australische vriend waarmee Tom vier weken in India gaat fietsen, ‘s nachts van het vliegveld gehaald. Om half elf toog Tom met zijn plattegrond voor de bake sale richting St. Peter’s High School. De kerk was al uit en de leden waren druk bezig met tafels neerzetten. Helaas werden de tafels niet volgens Toms plan neergezet. Hij trommelde een paar man op om de tafels goed neer te zetten, maar terwijl hij de ene tafel goed had neergezet, was de vacante plaats weer ingevuld met een nieuwe tafel. Ondertussen kwamen mensen bij hem vragen waar zij moesten gaan zitten met hun eten. Eigenlijk was het geen vragen, maar meer mededelen. Hoe Tom ook zijn best deed om mensen te overtuigen dat ze volgens zijn plan moesten werken, niemand leek te luisteren. Na een kwartier keerde Tom dan ook gefrustreerd terug naar ons appartement. Daar luchtte hij bij Adine en Michael, die druk bezig waren met de pastasalade, zijn hart. Een kwartier later toog Tom weer naar de bake sale, maar toen zonder plattegrond.
De opkomst bij de bake sale beantwoordde helaas niet helemaal aan de verwachting. De organisatie had van te voren geschat dat er tussen de 300 tot 700 man op de bake sale af zouden komen. Uiteindelijk werden het er 250. Ondanks het tegenvallende aantal bezoekers liep ons stalletje op rolletjes. De lasagna was al binnen een uur uitverkocht. De pastasalade liep iets minder goed, maar er waren toch genoeg mensen die wel een bordje wilden uitproberen. Het spijkerbroekhangen was de grote hit. Pakistaanse jongeren zijn wel te porren voor een competitie. In het begin liep het nog niet zo hard, omdat de meeste mensen geen idee hadden wat de bedoeling van het spel was. Maar toen de bedoeling eenmaal was doorgedrongen, werd er bijna continu spijkerbroek gehangen. We hadden twee competities in gedachten: een vrouwen- en een mannencompetitie. Helaas waren er maar twee vrouwen die een poging waagden: Adine en Sharen. Uiteindelijk won Sharen, de 8-jarige dochter van een collega/vriendin van Adine, het spijkerbroekhangen bij de vrouwen met een tijd van 7 seconden. Bij de mannen was de competitie groter en fanatieker. De uiteindelijke winnaar was een jongen van rond de 12 jaar met een tijd van 2 minuten en 2 seconden. De mannencompetitie was zo fanatiek, dat er zelfs een poging werd ondernomen om Michael en Adine om te kopen. Nota bene door een aanstaand pastor, die van te voren nog had gezegd dat christenen die de bijbel niet kennen, geen goede christenen zijn. Hij bood 200 Pakistaanse roepies (2 euro), als ze 10 seconden bij zijn tijd zouden optellen… Het spijkerbroekhangen was zo’n succes, dat we allebei denken dat het spijkerbroekhangen als vast onderdeel op elke bake sale zal worden geïntroduceerd. Eerst in de diocese, later in Lahore en over tien jaar kun je in Pakistan geen bake sale bezoeken of je kunt spijkerbroekhangen.
Tijdens de bake sale werd ook nog even stilgestaan bij ons tweejarig huwelijk. Tegen het einde pakte Raju, een goede vriend, de microfoon en kondigde aan dat wij twee jaar waren getrouwd. Natuurlijk kwam iedereen ons feliciteren en moesten wij en public met elkaar dansen. Natuurlijk kregen we ook van diverse mensen cadeautjes. Niet veel later was de bake sale dan toch echt ten einde. De winnaars van de loterij werden bekend gemaakt. Helaas was slechts de helft van alle tickets verkocht. De grote winnaar was Raheel, ook een vriend van ons, die een mobiele telefoon won. En Yacoub, collega en chauffeur van Dar-ul-Mussarat, won de magnetron. Wij hadden hem de avond ervoor twee lootjes gegeven, als dank dat hij midden in de nacht Michael van het vliegveld wilde afhalen. Ook een mooie prijs voor hem dus!
Voor foto's van de bake sale klik hier.
Het is de bedoeling dat de Bishop Rockey Chapel gebruik gaat maken van de nieuwe ‘Central Church’. Zodoende werd de chapel gevraagd op ook haar steentje bij te dragen. De bijdrage zou moeten bestaan uit de aanschaf en installatie van de elektrische bedrading. De totale kosten hiervan worden geschat op ongeveer 10 procent van de totale bouwkosten. Om dit bedrag binnen te halen werd besloten om een ‘bake sale’ te organiseren. Een bake sale zouden wij in Nederland een braderie noemen, oftewel brood en spelen.
Twee maanden lang werd er door de leden van de Bishop Rockey Chapel hard gewerkt om de bake sale tot een succes te maken. Zo moest iedere familie 100 loten aan de man proberen te brengen en zoveel mogelijk reclame maken voor de bake sale. Ook werd bijna iedereen ingeschakeld om tijdens de bake sale eten te koken en te verkopen, een spelletje te begeleiden, lootjes te verkopen of een ander stalletje te bemannen. Wij namen de taak op ons om Italiaans eten te verkopen en het spijkerbroekhangen aan de man te brengen. Daarnaast werd Tom gevraagd om een plattegrond van het terrein te maken, met daarop aangegeven waar welke stalletjes moesten komen. Als echte planoloog nam Tom die taak zeer serieus op zich. Een halve morgen is hij in de weer geweest om het terrein van St. Peter’s High School, waar de bake sale zou plaatsvinden, op te meten.
Op zondag werd er na de dienst van negen uur begonnen met de opbouw. Wij sloegen deze dienst over, omdat we laat naar bed waren gegaan. We hadden namelijk Michael, een Australische vriend waarmee Tom vier weken in India gaat fietsen, ‘s nachts van het vliegveld gehaald. Om half elf toog Tom met zijn plattegrond voor de bake sale richting St. Peter’s High School. De kerk was al uit en de leden waren druk bezig met tafels neerzetten. Helaas werden de tafels niet volgens Toms plan neergezet. Hij trommelde een paar man op om de tafels goed neer te zetten, maar terwijl hij de ene tafel goed had neergezet, was de vacante plaats weer ingevuld met een nieuwe tafel. Ondertussen kwamen mensen bij hem vragen waar zij moesten gaan zitten met hun eten. Eigenlijk was het geen vragen, maar meer mededelen. Hoe Tom ook zijn best deed om mensen te overtuigen dat ze volgens zijn plan moesten werken, niemand leek te luisteren. Na een kwartier keerde Tom dan ook gefrustreerd terug naar ons appartement. Daar luchtte hij bij Adine en Michael, die druk bezig waren met de pastasalade, zijn hart. Een kwartier later toog Tom weer naar de bake sale, maar toen zonder plattegrond.
Tijdens de bake sale werd ook nog even stilgestaan bij ons tweejarig huwelijk. Tegen het einde pakte Raju, een goede vriend, de microfoon en kondigde aan dat wij twee jaar waren getrouwd. Natuurlijk kwam iedereen ons feliciteren en moesten wij en public met elkaar dansen. Natuurlijk kregen we ook van diverse mensen cadeautjes. Niet veel later was de bake sale dan toch echt ten einde. De winnaars van de loterij werden bekend gemaakt. Helaas was slechts de helft van alle tickets verkocht. De grote winnaar was Raheel, ook een vriend van ons, die een mobiele telefoon won. En Yacoub, collega en chauffeur van Dar-ul-Mussarat, won de magnetron. Wij hadden hem de avond ervoor twee lootjes gegeven, als dank dat hij midden in de nacht Michael van het vliegveld wilde afhalen. Ook een mooie prijs voor hem dus!
Voor foto's van de bake sale klik hier.
maandag 6 april 2009
Tapijt zonder spijt
Onlangs hebben wij een tapijt gekocht. Een jaar naar Pakistan gaan zonder thuis te komen met een tapijt kan eigenlijk niet. Iran is algemeen bekend als het centrum van de tapijtindustrie, het Perzisch tapijt, maar omliggende landen als Pakistan, Turkije Afghanistan en India hebben ook een niet geringe tapijtindustrie. In veel gebieden in de Islamitische wereld is het nog steeds traditie dat aanstaande bruiden voor hun uitzet een tapijt knopen. De meeste tapijten worden nog steeds met de hand geknoopt. Het is een tijdrovend werk. Het knopen van een tapijt kost vaak enkele maanden tot zelfs een jaar, afhankelijk van de maat en het aantal knopen van het tapijt. Vanwege de vele arbeid die in een tapijt gaat zitten, worden de meeste tapijten in gebieden gemaakt waar de lonen laag liggen en waar buiten de landbouw weinig andere bronnen van inkomsten zijn. De meeste Pakistaanse tapijten komen dan ook uit het bergachtige grensgebied met Afghanistan. De prijs van het tapijt wordt voornamelijk bepaald aan de hand van de wol die wordt gebruikt en het aantal knopen. Hoe meer knopen per vierkante meter hoe duurder het tapijt. Een hoogwaardig tapijt heeft al snel 400.000 knopen per vierkante meter. In Kashmir worden ook tapijten geknoopt van zijde. Deze hebben soms meer dan 1 miljoen knopen per vierkante meter. In Nederland betaal je voor een zijden tapijt al snel 1.000 euro per vierkante meter! Dit lijkt misschien heel duur, maar een tapijt koop je voor het leven. Als je een tapijt goed onderhoudt, gaat hij al snel meer dan 50 jaar mee. In het Lahore Museum liggen tapijten tentoongesteld die al meer dan honderd jaar oud zijn en er nog steeds goed uitzien.
We hadden dus besloten om een tapijt te kopen, maar hoe koop je een tapijt in een land als Pakistan, zonder dat je als westerling teveel betaalt? Wij zijn ook maar een leek op tapijtgebied. We hebben immers nog nooit een tapijt gekocht. Het antwoord is: met gebruikmaking van ons Pakistaanse netwerk. In Pakistan komen veel deals tot stand via relaties in een netwerk. Jij kent mensen, die weer andere mensen kennen en die kennen ook weer andere mensen. Uiteindelijk kom je bij de juiste persoon uit. Omdat je via je netwerk de persoon kent, kun je er (redelijk) op vertrouwen dat die persoon je geen poot uitdraait. Het netwerk kan voor kleine en grote zaken worden ingezet. Wij trekken veel op met Raju en Alia. Alia is een collega van Adine en Raju is haar man. Raju runt een kiosk op het terrein van St. Peter’s High School, die op de campus is gevestigd. We staan er soms versteld van hoeveel mensen Raju wel niet kent. Voor bijna elk vraag kent hij wel een mannetje die je verder kan helpen. Zo ook met het kopen van een tapijt. Raju kende een tapijthandelaar, wiens kleinzoon op St. Peter’s High School zit.
Samen met Raju gingen we op bezoek bij het winkeltje van de tapijthandelaar. Het ene na het andere tapijt werd voor ons uitgerold. Er zaten mooie tapijten tussen, waaronder één met “the tree of life”. We waren erg onder de indruk en we fantaseerden er op los hoe de tapijten zouden staan bij onze meubels in Nederland. Toch hadden we ook onze twijfels. De patronen van de tapijten waren klassiek Perzisch. We wilden ook wat patronen uit andere gebieden zoals Baluchistan en Afghanistan zien. Eerst nam de tapijthandelaar ons mee naar de winkeltjes van zijn broers en neven (heel de familie zit in de tapijthandel), maar ook daar waren de meeste tapijten Perzisch van inslag. Bij één broer kregen we een interessante rondleiding. We zagen onder andere hoe tapijten worden gewassen, tapijten worden geschoren en de kleuren worden bijgewerkt. Ook werd ons het één en ander over knopen uitgelegd. Toen we nog steeds niet tevreden waren, nam de handelaar ons mee naar een huis waar tapijten uit het grensgebied met Afghanistan worden verhandeld. In het huis waren de tapijten opgestapeld tot bijna het plafond. Dit maakte het bekijken van de tapijten wel wat ingewikkeld. We bekeken de stapels van tapijten van top tot teen. Aan de hand van hun zijkant kozen we uit welk tapijt we wilden zien. Het tweede tapijt dat ons werd vertoond, beantwoordde meteen aan onze wensen.
Bij het vinden van ons droomtapijt begon ook het onderhandelen. Het onderhandelen kent zijn eigen regels, die op ons westerlingen soms een beetje vreemd overkomen. Zo schakelde Raju een kennis in, die een hotel runde tegenover de tapijthandel. Deze kennis moest aan tapijthandelaar twee (van hem wilden we een tapijt kopen) duidelijk maken, dat wij niet zomaar westerlingen waren, maar bij wijze van spreken familie van Raju en dus ook van hem. Het zou daarom vanzelfsprekend dat tapijthandelaar twee als goede buur een faire prijs voor zijn tapijt zou rekenen. Ook ging Raju zelf nog een keer langs bij tapijthandelaar twee om over de prijs te onderhandelen en het tapijt aan te betalen. Een week later kwamen we terug om het tapijt dan ook echt te kopen. Ondanks alle inspanningen van Raju, wilde tapijthandelaar twee niet dalen in de prijs. Volgens eigen zeggen had tapijthandelaar twee, omdat we kennissen waren van tapijthandelaar één, al de juiste prijs gevraagd. Of dat echt zo is blijft natuurlijk de vraag, maar uiteindelijk hebben we gewoon de gevraagde prijs betaald. Nu nog kijken hoe we het tapijt in Nederland krijgen en hoe het zal staan bij de meubels...
We hadden dus besloten om een tapijt te kopen, maar hoe koop je een tapijt in een land als Pakistan, zonder dat je als westerling teveel betaalt? Wij zijn ook maar een leek op tapijtgebied. We hebben immers nog nooit een tapijt gekocht. Het antwoord is: met gebruikmaking van ons Pakistaanse netwerk. In Pakistan komen veel deals tot stand via relaties in een netwerk. Jij kent mensen, die weer andere mensen kennen en die kennen ook weer andere mensen. Uiteindelijk kom je bij de juiste persoon uit. Omdat je via je netwerk de persoon kent, kun je er (redelijk) op vertrouwen dat die persoon je geen poot uitdraait. Het netwerk kan voor kleine en grote zaken worden ingezet. Wij trekken veel op met Raju en Alia. Alia is een collega van Adine en Raju is haar man. Raju runt een kiosk op het terrein van St. Peter’s High School, die op de campus is gevestigd. We staan er soms versteld van hoeveel mensen Raju wel niet kent. Voor bijna elk vraag kent hij wel een mannetje die je verder kan helpen. Zo ook met het kopen van een tapijt. Raju kende een tapijthandelaar, wiens kleinzoon op St. Peter’s High School zit.
Bij het vinden van ons droomtapijt begon ook het onderhandelen. Het onderhandelen kent zijn eigen regels, die op ons westerlingen soms een beetje vreemd overkomen. Zo schakelde Raju een kennis in, die een hotel runde tegenover de tapijthandel. Deze kennis moest aan tapijthandelaar twee (van hem wilden we een tapijt kopen) duidelijk maken, dat wij niet zomaar westerlingen waren, maar bij wijze van spreken familie van Raju en dus ook van hem. Het zou daarom vanzelfsprekend dat tapijthandelaar twee als goede buur een faire prijs voor zijn tapijt zou rekenen. Ook ging Raju zelf nog een keer langs bij tapijthandelaar twee om over de prijs te onderhandelen en het tapijt aan te betalen. Een week later kwamen we terug om het tapijt dan ook echt te kopen. Ondanks alle inspanningen van Raju, wilde tapijthandelaar twee niet dalen in de prijs. Volgens eigen zeggen had tapijthandelaar twee, omdat we kennissen waren van tapijthandelaar één, al de juiste prijs gevraagd. Of dat echt zo is blijft natuurlijk de vraag, maar uiteindelijk hebben we gewoon de gevraagde prijs betaald. Nu nog kijken hoe we het tapijt in Nederland krijgen en hoe het zal staan bij de meubels...
dinsdag 24 maart 2009
Werkbezoek
Afgelopen week hebben wij samen met Aiyza en Amber (de collega’s van DuM die Adine opleidt tot logopedist) een werkbezoek gebracht aan een school voor gehandicapte kinderen in Multan, 350 kilometer ten zuiden van Lahore. In totaal nam het bezoek drie dagen in beslag. Dinsdag rond een uur of elf vertrokken we met een VIP express bus. Deze bus zou onderweg één keer stoppen en zou er in totaal ongeveer 5 uur over doen. In tegenstelling tot de meeste bussen in Pakistan zaten we in deze bus niet als haringen in een ton, maar hadden we flinke beenruimte. De bus kan dan nog wel zo luxe zijn, hij moet nog steeds door hetzelfde chaotische verkeer. Dat merkten we na anderhalf uur rijden, toen de chauffeur plotseling moest uitwijken en niks anders kon doen dan met hoge snelheid door de berm te rijden. Adine kon een gil niet onderdrukken en allebei hadden we visioenen van een gekantelde bus. Gelukkig wist de chauffeur de bus weer veilig terug op de weg te krijgen. Nog geen kwartier later, onze hartslag was eindelijk weer normaal, zaten we alweer te trillen in onze stoelen. Precies onder ons hoorden we een grote knal: de achterband was aan gort gereden. Nadat de chauffeur de schade had opgenomen reden we langzaam door naar een tankstation waar de band werd verwisseld.
Op het busstation van Multan werden we opgehaald door Fraz, de directeur van Umeed Gah (plaats van hoop). In de rit van het busstation naar Umeed Gah werd duidelijk dat Multan toch een ander soort stad is dan Lahore. Ondanks zijn meer 3,5 miljoen inwoners (bron: Lonely Planet), deed de stad bijna dorps aan. Zo zagen we in Multan geen brede boulevards met gescheiden rijbanen, geen hoogbouw, geen parken, geen werkende verkeerslichten, weinig auto’s maar juist weer veel ezels-, ossen- en paardenkarren en fietsers. De chauffeur van de school deed goed zijn best om ons veilig doch snel (soms iets te snel naar onze zin) door het chaotische verkeer te loodsen. De staat van de meeste wegen hielp daarbij niet mee. Rond zes uur bereikten we Umeed Gah. De school ligt midden in een typisch Pakistaanse volkswijk. De wijk is planmatig opgezet, waarbij de projectontwikkelaars, om zoveel mogelijk geld te kunnen verdienen, de wegen net breed genoeg hebben gemaakt zodat twee auto’s elkaar met moeite kunnen passeren. Daarnaast ontbreekt in de wijk enig gemeenschappelijk groen of andere openbare ruimten. In Umeed Gah betrokken wij een schoollokaal die omgebouwd was als tijdelijk slaapplaats. Amber en Aiyza sliepen in het naastgelegen schoollokaal.
Woensdag en donderdag liepen we mee op Umeed Gah. In die twee dagen hebben we een aardige idee gekregen van de school. Umeed Gah heeft een goede indruk op ons achtergelaten. Zo worden ouders uitgebreid betrokken bij het onderwijs. Elke ouder komt één keer in de maand langs om de hele dag mee te lopen. Ook komen docenten twee keer per jaar bij de ouders op bezoek, om te kijken hoe er thuis met het kind wordt omgegaan door de verschillende familieleden, hoe het kind zich thuis gedraagt (in vergelijking met school) en of en hoe de oefeningen gedaan worden die moeders op school hebben geleerd van de fysiotherapeut en logopedist. De transfer naar het dagelijks leven is hierdoor meer gewaarborgd. Voor ouders is het belangrijk om in te zien dat hun kind zich beter ontwikkelt als zij thuis ook het kind ondersteunen (voor Jonne: jouw onderzoek!). Echt leuk om te zien hoe de moeders meedraaien op school. De school heeft 30 leerlingen. Er wordt samen thee gedronken en geluncht. Elke dag wordt er een half uur buiten gespeeld. Er is een zandbak voor het stimuleren van de sensomotoriek en er zijn vier fysiotherapeuten die naast de leerlingen ook andere kinderen van buitenaf behandelen.
De logopedist geeft individuele therapie op het gebied van articulatie, taalbegrip en taalproductie. Ze gebruikt verschillende materialen voor therapie. Ook worden de kinderen in Umeed Gah gestimuleerd in het meer gebruiken van taal en het maken van gebaren in de klas. Op Umeed Gah wordt ook veel individuele aandacht aan de kinderen gegeven. Er is een persoonlijk plan opgesteld voor elk kind en in de klas doen kinderen verschillende activiteiten los van elkaar.
Het is goed geweest om een andere school te hebben gezien naast Dar-ul-Mussarat, om de dingen te kunnen vergelijken. Wat gaat er goed, wat kan er verbeterd worden?
Daarnaast was een paar dagen er tussenuit ook goed. Verandering van spijs doet eten! En gelukkig verliep de terugreis zonder problemen.
Woensdag en donderdag liepen we mee op Umeed Gah. In die twee dagen hebben we een aardige idee gekregen van de school. Umeed Gah heeft een goede indruk op ons achtergelaten. Zo worden ouders uitgebreid betrokken bij het onderwijs. Elke ouder komt één keer in de maand langs om de hele dag mee te lopen. Ook komen docenten twee keer per jaar bij de ouders op bezoek, om te kijken hoe er thuis met het kind wordt omgegaan door de verschillende familieleden, hoe het kind zich thuis gedraagt (in vergelijking met school) en of en hoe de oefeningen gedaan worden die moeders op school hebben geleerd van de fysiotherapeut en logopedist. De transfer naar het dagelijks leven is hierdoor meer gewaarborgd. Voor ouders is het belangrijk om in te zien dat hun kind zich beter ontwikkelt als zij thuis ook het kind ondersteunen (voor Jonne: jouw onderzoek!). Echt leuk om te zien hoe de moeders meedraaien op school. De school heeft 30 leerlingen. Er wordt samen thee gedronken en geluncht. Elke dag wordt er een half uur buiten gespeeld. Er is een zandbak voor het stimuleren van de sensomotoriek en er zijn vier fysiotherapeuten die naast de leerlingen ook andere kinderen van buitenaf behandelen.
Het is goed geweest om een andere school te hebben gezien naast Dar-ul-Mussarat, om de dingen te kunnen vergelijken. Wat gaat er goed, wat kan er verbeterd worden?
Daarnaast was een paar dagen er tussenuit ook goed. Verandering van spijs doet eten! En gelukkig verliep de terugreis zonder problemen.
vrijdag 13 maart 2009
tripje naar Oman
Waarschijnlijk had je het al gelezen op onze vorige posting: ik (Tom) ben de afgelopen tien dagen op vakantie geweest in Oman. Ik zou in die tien dagen het land per fiets gaan verkennen. De weken voor vertrek was ik redelijk gespannen, want ik zou helemaal alleen gaan (wat ik nog nooit had gedaan) en ik had ook geen fietsconditie, omdat ik in Lahore niet echt kan trainen. Daarnaast had ik een vrij ambitieus programma in elkaar gedraaid, met op de derde fietsdag een klim naar een top van bijna 3.000 meter hoog.
Op maandagmorgen 2 maart vertrok ik tegen elf uur met Air Blue, een Pakistaanse prijsvechter, naar Muscat, de hoofdstad van Oman. Raju had mij een aantal uren ervoor met zijn Suzuki Fx (model Alto) uit 1986 op het vliegveld afgeleverd. Zoals verwacht leverde het inchecken van mijn fiets nog wat problemen op, maar toen ik het personeel er van had overtuigd dat de fiets echt wel mee kon, was er geen probleem en kreeg ik zelfs een ruime zitplaats bij de nooduitgang. Bij aankomst op het vliegveld van Muscat heb ik meteen mijn fiets in elkaar gezet en ben ik via de zesbaanssnelweg richting een grote rotonde gefietst, waar de bus naar Ibri zou vertrekken. Ik had geluk, want ik hoefde slechts een half uur te wachten (de bus naar Ibri gaat twee keer per dag). Ondertussen had ik uitgevonden dat ik helemaal niet naar die rotonde had hoeven fietsen, omdat de bus ook op het vliegveld stopt. De buschauffeur deed niet moeilijk over mijn fiets, die onderin de bus kon. Rond zeven uur 's avonds kwam ik aan in Ibri, waar ik een guesthouse betrok tegenover de bushalte.
De twee daar opvolgende dagen ben ik van Ibri naar Bahla gefietst. Halverwege heb ik ergens wild gekampeerd. De route die ik had uitgekozen voerde over rustige wegen door het binnenland van Oman, langs een aantal prehistorische monumenten met een Unesco-status. Het zijn de zogenaamde bijenkorftombes. Deze tombes van een paar meter hoog in de vorm van een bijenkorf zijn gebouwd op de kam van heuvels rond de dorpjes Bat en Al Ayn. De tombes zijn grafmonumenten voor ongeveer 200 mensen. Van sommige tombes is nog slechts een hoopje stenen over en andere zijn nog in zeer goede staat. Helaas ontbrak een bezoekerscentrum en waren de meeste tombes alleen van afstand te aanschouwen. De stad Bahla is ook bekend om een Unesco-monument in de vorm van een gigantisch fort. Helaas is dit fort voor bezoekers gesloten, sinds er twintig jaar geleden begonnen is aan de restauratie. In Bahla nam ik het enige hotel in de stad in de vorm van een (kitscherig) traditioneel dorp. Helaas hoorde er ook een traditionele irritante mug bij, die me tot diep in de nacht terroriseerde.
De derde dag was de grote dag naar de top van Jebel Shams, één van de hoogste bergen van Oman. De top is meer dan 3.000 meter hoog, maar het was onbekend of ik ook helemaal naar de top zou moeten fietsen. Ik wist in ieder geval, dat er boven op de berg een hotel zou zijn. Dat was ook het enige hotel in de buurt, dus ik zou niet halverwege de klim kunnen afhaken. De aanloop van de klim ging goed. Ik volgde het dal van een droge rivier (wadi). Na een vijftiental kilometers maakte het dal een bocht en begon de echte klim. De eerste klimmetjes gingen nog wel, maar de daaropvolgende klimmen werden alleen maar steiler. De moed zakte me helemaal in de schoenen toen ik voor me een enorme bergwand ontwaarde met daarop een weg geplakt. Ik zag de auto's omhoog kruipen. Ondertussen werd ik een flauwe doch stekende pijn in mijn rechterknie gewaar. Toevallig was ik net bij een dorpje. Ik besloot langs de weg te wachten en een auto aan te houden, die me naar boven zou kunnen brengen. Daarop hoefde ik niet lang te wachten. Eerst boden twee inwoners uit het dorpje me een lift aan, maar die vroegen te veel. Vijf minuten later stopte er een pick-up, die me wel voor een redelijk bedrag omhoog wilde brengen. Op Jebel Shams betrok ik een Arabische tent en ondernam wat wandelingen in de omgeving naar een enorme canyon van meer dan duizend meter diep.
De volgende dag bergaf van Jebel Shams naar Nizwa gefietst. Een tocht van 90 kilometer, waarvan 40 kilometer bergaf. De stekende pijn in mijn rechterknie die ik de dag ervoor al had gevoeld zette echter door. Regelmatig moest ik pauze houden om mijn knie rust te gunnen. Zelfs als ik fietste zonder er kracht op te zetten, bijvoorbeeld in een afdaling, deed mijn knie pijn. Met lopen of in rust, voelde ik mijn knie niet. Het was me in ieder geval duidelijk dat ik mijn knie in de steile klimmen had overbelast. Ik zou mijn route dus moeten aanpassen. Ik besloot in Nizwa een rustdag te nemen en aan het eind ervan te besluiten wat te doen. Ik had twee opties: terug naar Ibri en vandaar naar Nakhl fietsen of naar Muscat en mezelf daar vier dagen vermaken. Uiteindelijk koos ik voor het laatste, omdat ik niet ergens halverwege in de woestijn met een onwillige knie wilde komen te zitten.
Vier dagen lang heb ik me vermaakt in Muscat. Wat soms af en toe moeilijk was, omdat er niet zoveel te zien is in Muscat. Elke dag heb ik tussen de 30 en 50 kilometer gefietst. Muscat zelf is heel klein: niet meer dan het paleis van de sultan, wat ministeries en wat oude Portugese forten. De agglomeratie Muscat is echter een stuk groter en strekt zich meer dan 40 kilometer langs de kust uit tot aan Seeb. De verschillende plaatsen van Groot-Muscat zijn van elkaar gescheiden door bergen. Vaak was de snelweg de enige mogelijkheid om van de ene plaats naar de andere te fietsen. Gelukkig heeft de snelweg een vluchtstrook en rijden Omani niet als gekken in hun PC Hooft Tractor(nog nooit zoveel Hummers en Armada's gezien).
Ondanks mijn opspelende knie heb ik me toch goed kunnen vermaken in Oman. Ik zou nog veel meer kunnen schrijven, want ik heb genoeg indrukken opgedaan. Onder andere dat ik in Bahla een hele stoet Rolls Royces van vooroorlogs tot net nieuw model voorbij heb zien komen, ik mijn bidon was kwijtgeraakt, maar dat ik die toch weer op een bewonderenswaardige wijze heb teruggekregen, dat alle winkels een tweetalig uithangbord hebben, dat ik flink wat souvenirs heb gekocht waaronder een poef van tapijt, dat ik in mijn onderbroek in zee heb gezwommen, enzovoorts.
Geinteresseerd in foto's? Klik dan hier.
Op maandagmorgen 2 maart vertrok ik tegen elf uur met Air Blue, een Pakistaanse prijsvechter, naar Muscat, de hoofdstad van Oman. Raju had mij een aantal uren ervoor met zijn Suzuki Fx (model Alto) uit 1986 op het vliegveld afgeleverd. Zoals verwacht leverde het inchecken van mijn fiets nog wat problemen op, maar toen ik het personeel er van had overtuigd dat de fiets echt wel mee kon, was er geen probleem en kreeg ik zelfs een ruime zitplaats bij de nooduitgang. Bij aankomst op het vliegveld van Muscat heb ik meteen mijn fiets in elkaar gezet en ben ik via de zesbaanssnelweg richting een grote rotonde gefietst, waar de bus naar Ibri zou vertrekken. Ik had geluk, want ik hoefde slechts een half uur te wachten (de bus naar Ibri gaat twee keer per dag). Ondertussen had ik uitgevonden dat ik helemaal niet naar die rotonde had hoeven fietsen, omdat de bus ook op het vliegveld stopt. De buschauffeur deed niet moeilijk over mijn fiets, die onderin de bus kon. Rond zeven uur 's avonds kwam ik aan in Ibri, waar ik een guesthouse betrok tegenover de bushalte.De volgende dag bergaf van Jebel Shams naar Nizwa gefietst. Een tocht van 90 kilometer, waarvan 40 kilometer bergaf. De stekende pijn in mijn rechterknie die ik de dag ervoor al had gevoeld zette echter door. Regelmatig moest ik pauze houden om mijn knie rust te gunnen. Zelfs als ik fietste zonder er kracht op te zetten, bijvoorbeeld in een afdaling, deed mijn knie pijn. Met lopen of in rust, voelde ik mijn knie niet. Het was me in ieder geval duidelijk dat ik mijn knie in de steile klimmen had overbelast. Ik zou mijn route dus moeten aanpassen. Ik besloot in Nizwa een rustdag te nemen en aan het eind ervan te besluiten wat te doen. Ik had twee opties: terug naar Ibri en vandaar naar Nakhl fietsen of naar Muscat en mezelf daar vier dagen vermaken. Uiteindelijk koos ik voor het laatste, omdat ik niet ergens halverwege in de woestijn met een onwillige knie wilde komen te zitten.
Ondanks mijn opspelende knie heb ik me toch goed kunnen vermaken in Oman. Ik zou nog veel meer kunnen schrijven, want ik heb genoeg indrukken opgedaan. Onder andere dat ik in Bahla een hele stoet Rolls Royces van vooroorlogs tot net nieuw model voorbij heb zien komen, ik mijn bidon was kwijtgeraakt, maar dat ik die toch weer op een bewonderenswaardige wijze heb teruggekregen, dat alle winkels een tweetalig uithangbord hebben, dat ik flink wat souvenirs heb gekocht waaronder een poef van tapijt, dat ik in mijn onderbroek in zee heb gezwommen, enzovoorts.
Geinteresseerd in foto's? Klik dan hier.
donderdag 26 februari 2009
Wisten jullie dat...
• de ouders van Adine helaas weer naar Nederland zijn vertrokken
• we het idee hebben gekregen, dat ze het erg naar hun zin hebben gehad (zie vorige posting)
• ze met koffers vol cadeaus kwamen, maar ook weer met volle koffers vertrokken
• we ze nu al weer missen (net als alle andere mensen in Nederland natuurlijk)
• we vorige week onverwachts 2 pakketten uit Nederland hebben ontvangen
• dat ze afkomstig bleken te zijn van Dichterbij (werk Adine)
• ze vol zaten met spel- en behandelmateriaal
• er ook een persoonlijke dvd bij zat
• daaruit bleek dat Adine’s collega’s met de kerstlunch geld hiervoor hadden ingezameld
• we hier heel blij mee zijn (en Dar-ul-Mussarat natuurlijk ook)
• Tom voor Sharens achtste verjaardag oliebollen, appel-, banaan- en ananasbeignets heeft gebakken
• die erg in de smaak vielen
• ze wel passen in het Pakistaanse dieet van (veel) vet en (veel) suiker!
• we (gelukkig) nog niet gevraagd zijn om groene peperbeignets te maken
• we Sharen een pop en een boekje van Miffi (Nijntje) cadeau hebben gedaan
• de winter nu toch wel echt voorbij is
• het overdag al warmer wordt dan 25 graden
• dit nog koel is
• in mei en juni de temperatuur (naar horen zeggen) kan oplopen tot boven de 45 graden!
• wij dan levend worden gekookt
• we gelukkig airco hebben (als er stroom is)
• we al drie dagen geen elektriciteit hebben in onze slaapkamers en badkamer
• het internet er thuis al bijna een week uit ligt
• we dus ook niet kunnen skypen
• we van ontwenning last hebben van trillende handen en stembanden
• we sinds gisterenmiddag ook al geen water hebben
• de waterpomp kapot schijnt te zijn
• ze heel hard aan het werk zijn om alle ongemakken op te lossen (hopen we)
• Tom aanstaande maandag 10 dagen op vakantie gaat naar Oman
• hij daar wil gaan fietsen
• hij dat best spannend vindt, omdat hij nog nooit zo lang alleen heeft gefietst
• hij ook weinig conditie en spiermassa heeft
• je in Lahore niet echt kan trainen (tenzij je levensmoe bent)
• hij dus waarschijnlijk met spierpijn thuis zal komen
• Adine de tijgerbalsem voor dit geval koud heeft gezet
• je in Pakistan cadeaupapier kan kopen met een print van volle bierglazen
• nieuwsbrief 7 binnenkort verschijnt
• we het idee hebben gekregen, dat ze het erg naar hun zin hebben gehad (zie vorige posting)
• ze met koffers vol cadeaus kwamen, maar ook weer met volle koffers vertrokken
• we ze nu al weer missen (net als alle andere mensen in Nederland natuurlijk)
• we vorige week onverwachts 2 pakketten uit Nederland hebben ontvangen
• dat ze afkomstig bleken te zijn van Dichterbij (werk Adine)
• ze vol zaten met spel- en behandelmateriaal
• er ook een persoonlijke dvd bij zat
• daaruit bleek dat Adine’s collega’s met de kerstlunch geld hiervoor hadden ingezameld
• we hier heel blij mee zijn (en Dar-ul-Mussarat natuurlijk ook)
• Tom voor Sharens achtste verjaardag oliebollen, appel-, banaan- en ananasbeignets heeft gebakken
• die erg in de smaak vielen
• ze wel passen in het Pakistaanse dieet van (veel) vet en (veel) suiker!
• we (gelukkig) nog niet gevraagd zijn om groene peperbeignets te maken
• we Sharen een pop en een boekje van Miffi (Nijntje) cadeau hebben gedaan
• de winter nu toch wel echt voorbij is
• het overdag al warmer wordt dan 25 graden
• dit nog koel is
• in mei en juni de temperatuur (naar horen zeggen) kan oplopen tot boven de 45 graden!
• wij dan levend worden gekookt
• we gelukkig airco hebben (als er stroom is)
• we al drie dagen geen elektriciteit hebben in onze slaapkamers en badkamer
• het internet er thuis al bijna een week uit ligt
• we dus ook niet kunnen skypen
• we van ontwenning last hebben van trillende handen en stembanden
• we sinds gisterenmiddag ook al geen water hebben
• de waterpomp kapot schijnt te zijn
• ze heel hard aan het werk zijn om alle ongemakken op te lossen (hopen we)
• Tom aanstaande maandag 10 dagen op vakantie gaat naar Oman
• hij daar wil gaan fietsen
• hij dat best spannend vindt, omdat hij nog nooit zo lang alleen heeft gefietst
• hij ook weinig conditie en spiermassa heeft
• je in Lahore niet echt kan trainen (tenzij je levensmoe bent)
• hij dus waarschijnlijk met spierpijn thuis zal komen
• Adine de tijgerbalsem voor dit geval koud heeft gezet
• je in Pakistan cadeaupapier kan kopen met een print van volle bierglazen
• nieuwsbrief 7 binnenkort verschijnt
zaterdag 14 februari 2009
Verwanten dichterbij
Ja, hoor, wij zijn in Lahore (spreek uit Lahoor) en we kwamen onmiddellijk in een soort shock terecht. Na een zeer voorspoedige reis met prima vliegtuigen van Emirates werden we opgewacht door Adine en Tom en hun driver Youcoub; tranen van blijdschap en onpakistaanse omhelzingen! Zelf autorijden is echt niet aan de orde, hectiek en chaotisch verkeer alom, nauwelijks richtingborden en geen straatnaambordjes, dus gelukkig maar, dat er drivers beschikbaar zijn, die ons kunnen halen en brengen. Het straatbeeld is als in een donkere, krioelende, lawaaiige, stoffige, stinkende film, met als contrast hier en daar verse groenten, sinaasappels, aardbeien, kleurige vrouwenkleding en plotseling een moderne winkelpui. Wat je op straat bijna niet ziet is: baby’s, kinderwagens, gehandicapten of bejaarden. Blijkbaar blijven die binnen of achter de muren?
We zijn blij, dat we hier zijn en genieten van alles wat we meemaken: kleding, vriendschappen, gastvrijheid, voedsel (rather spicy), cultuur, kerkgang, Dar ul Mussarat en zelfs een toeristische trip naar het Fort uit 1566, de Badshahi moskee (1674) en het Lahore museum (1894). Op veel plekken zijn de invloeden van de Engelsen nog te zien. Hoogtepunten zijn de Shish Mahal (Palace of Mirrors), de “miniature paintings” en de Kalash- en Hunza-cultuur.
Dinsdag 10 februari zijn we om 8 uur aanwezig op Dar ul Mussarat bij de Devotion (ochtendwijding) en kennismaking met het team, geleid door Mrs. Resha (Principal of Dar ul Mussarat). Nadat we tijdens de dagopening met de kinderen onze tas met speel-leer-materiaal hebben overhandigd, gaan we de hele school door, we belanden tenslotte in de speechroom, waar Adine werkt en zien we hoe Amber en Aiyza worden voorbereid en ingewerkt door Adine. Heel indrukwekkend allemaal, zeker als je ziet, met welke middelen er gewerkt wordt. Ook autistische kinderen krijgen begeleiding/training. De problemen en vorderingen worden geobserveerd en geïnterpreteerd.
De Pakistaanse cultuur is zo anders dan de onze, dus is het heel moeilijk om de Westerse kennis over te brengen. Adine spant zich in om begrip te kweken voor wat de juiste manier van werken is met het beste resultaat voor de leerkracht en de kinderen. Wat in hun cultuur onbekend is, is b.v. zelfreflectie of in de toekomst denken, plannen. Zouden ze dat kunnen of willen leren en gebruiken? De stijl van leidinggeven is hier nog vooral orders geven en te weinig gericht op stimuleren en het ontwikkelen van nieuwe methoden. Het speel-leer-materiaal, zien we, komt al direct van pas. Na de lunch met de kinderen is om 14.00 uur de school leeg en stil.
We maken kennis met vele vrienden en ook met de Pakistaanse gastvrijheid: in één woord geweldig. We ontmoeten o.a. Bishop Samuel, Resha, Javed, Raheel, Reverend Jane, Alia, Raju, Didi, Sherry, Opa Daniel, Mehwish, Dr. Edgar, Erum, Corien, Kamar, Summer, Youcoub, vele collega’s van Adine en hebben onvergetelijke gesprekken. Adine en Tom doen geweldige ervaringen op en worden in het werk en in de contacten zeer gewaardeerd, dat zie je en dat zeggen velen ook tegen ons. We zijn blij, dat we deze reis ondernomen hebben en mogen nu ook delen in hun rijke ervaringen.
Het is deze week bijna Hollands voorjaarsweer, overwegend zonnig, zo’n 20 graden en twee dagen regen, waardoor de atmosfeer lekker opfrist. Nadat Adine terug is van school zitten we ’s middag heerlijk in de zon, lezen en bijpraten. Net als Adine en Tom, mag Inge prachtige kleding dragen, die op maat is gemaakt: een Shalwar kameez met dupatta, lila met zilver, precies wat bij haar past. Nanne beperkt zich tot een traditioneel hoofddeksel, de Kalashi-muts.
Nanne Groot en Inge Mol
We zijn blij, dat we hier zijn en genieten van alles wat we meemaken: kleding, vriendschappen, gastvrijheid, voedsel (rather spicy), cultuur, kerkgang, Dar ul Mussarat en zelfs een toeristische trip naar het Fort uit 1566, de Badshahi moskee (1674) en het Lahore museum (1894). Op veel plekken zijn de invloeden van de Engelsen nog te zien. Hoogtepunten zijn de Shish Mahal (Palace of Mirrors), de “miniature paintings” en de Kalash- en Hunza-cultuur.
Dinsdag 10 februari zijn we om 8 uur aanwezig op Dar ul Mussarat bij de Devotion (ochtendwijding) en kennismaking met het team, geleid door Mrs. Resha (Principal of Dar ul Mussarat). Nadat we tijdens de dagopening met de kinderen onze tas met speel-leer-materiaal hebben overhandigd, gaan we de hele school door, we belanden tenslotte in de speechroom, waar Adine werkt en zien we hoe Amber en Aiyza worden voorbereid en ingewerkt door Adine. Heel indrukwekkend allemaal, zeker als je ziet, met welke middelen er gewerkt wordt. Ook autistische kinderen krijgen begeleiding/training. De problemen en vorderingen worden geobserveerd en geïnterpreteerd.
De Pakistaanse cultuur is zo anders dan de onze, dus is het heel moeilijk om de Westerse kennis over te brengen. Adine spant zich in om begrip te kweken voor wat de juiste manier van werken is met het beste resultaat voor de leerkracht en de kinderen. Wat in hun cultuur onbekend is, is b.v. zelfreflectie of in de toekomst denken, plannen. Zouden ze dat kunnen of willen leren en gebruiken? De stijl van leidinggeven is hier nog vooral orders geven en te weinig gericht op stimuleren en het ontwikkelen van nieuwe methoden. Het speel-leer-materiaal, zien we, komt al direct van pas. Na de lunch met de kinderen is om 14.00 uur de school leeg en stil.
Het is deze week bijna Hollands voorjaarsweer, overwegend zonnig, zo’n 20 graden en twee dagen regen, waardoor de atmosfeer lekker opfrist. Nadat Adine terug is van school zitten we ’s middag heerlijk in de zon, lezen en bijpraten. Net als Adine en Tom, mag Inge prachtige kleding dragen, die op maat is gemaakt: een Shalwar kameez met dupatta, lila met zilver, precies wat bij haar past. Nanne beperkt zich tot een traditioneel hoofddeksel, de Kalashi-muts.
Nanne Groot en Inge Mol
Abonneren op:
Posts (Atom)
