dinsdag 24 maart 2009

Werkbezoek

Afgelopen week hebben wij samen met Aiyza en Amber (de collega’s van DuM die Adine opleidt tot logopedist) een werkbezoek gebracht aan een school voor gehandicapte kinderen in Multan, 350 kilometer ten zuiden van Lahore. In totaal nam het bezoek drie dagen in beslag. Dinsdag rond een uur of elf vertrokken we met een VIP express bus. Deze bus zou onderweg één keer stoppen en zou er in totaal ongeveer 5 uur over doen. In tegenstelling tot de meeste bussen in Pakistan zaten we in deze bus niet als haringen in een ton, maar hadden we flinke beenruimte. De bus kan dan nog wel zo luxe zijn, hij moet nog steeds door hetzelfde chaotische verkeer. Dat merkten we na anderhalf uur rijden, toen de chauffeur plotseling moest uitwijken en niks anders kon doen dan met hoge snelheid door de berm te rijden. Adine kon een gil niet onderdrukken en allebei hadden we visioenen van een gekantelde bus. Gelukkig wist de chauffeur de bus weer veilig terug op de weg te krijgen. Nog geen kwartier later, onze hartslag was eindelijk weer normaal, zaten we alweer te trillen in onze stoelen. Precies onder ons hoorden we een grote knal: de achterband was aan gort gereden. Nadat de chauffeur de schade had opgenomen reden we langzaam door naar een tankstation waar de band werd verwisseld.

Op het busstation van Multan werden we opgehaald door Fraz, de directeur van Umeed Gah (plaats van hoop). In de rit van het busstation naar Umeed Gah werd duidelijk dat Multan toch een ander soort stad is dan Lahore. Ondanks zijn meer 3,5 miljoen inwoners (bron: Lonely Planet), deed de stad bijna dorps aan. Zo zagen we in Multan geen brede boulevards met gescheiden rijbanen, geen hoogbouw, geen parken, geen werkende verkeerslichten, weinig auto’s maar juist weer veel ezels-, ossen- en paardenkarren en fietsers. De chauffeur van de school deed goed zijn best om ons veilig doch snel (soms iets te snel naar onze zin) door het chaotische verkeer te loodsen. De staat van de meeste wegen hielp daarbij niet mee. Rond zes uur bereikten we Umeed Gah. De school ligt midden in een typisch Pakistaanse volkswijk. De wijk is planmatig opgezet, waarbij de projectontwikkelaars, om zoveel mogelijk geld te kunnen verdienen, de wegen net breed genoeg hebben gemaakt zodat twee auto’s elkaar met moeite kunnen passeren. Daarnaast ontbreekt in de wijk enig gemeenschappelijk groen of andere openbare ruimten. In Umeed Gah betrokken wij een schoollokaal die omgebouwd was als tijdelijk slaapplaats. Amber en Aiyza sliepen in het naastgelegen schoollokaal.

Woensdag en donderdag liepen we mee op Umeed Gah. In die twee dagen hebben we een aardige idee gekregen van de school. Umeed Gah heeft een goede indruk op ons achtergelaten. Zo worden ouders uitgebreid betrokken bij het onderwijs. Elke ouder komt één keer in de maand langs om de hele dag mee te lopen. Ook komen docenten twee keer per jaar bij de ouders op bezoek, om te kijken hoe er thuis met het kind wordt omgegaan door de verschillende familieleden, hoe het kind zich thuis gedraagt (in vergelijking met school) en of en hoe de oefeningen gedaan worden die moeders op school hebben geleerd van de fysiotherapeut en logopedist. De transfer naar het dagelijks leven is hierdoor meer gewaarborgd. Voor ouders is het belangrijk om in te zien dat hun kind zich beter ontwikkelt als zij thuis ook het kind ondersteunen (voor Jonne: jouw onderzoek!). Echt leuk om te zien hoe de moeders meedraaien op school. De school heeft 30 leerlingen. Er wordt samen thee gedronken en geluncht. Elke dag wordt er een half uur buiten gespeeld. Er is een zandbak voor het stimuleren van de sensomotoriek en er zijn vier fysiotherapeuten die naast de leerlingen ook andere kinderen van buitenaf behandelen.

De logopedist geeft individuele therapie op het gebied van articulatie, taalbegrip en taalproductie. Ze gebruikt verschillende materialen voor therapie. Ook worden de kinderen in Umeed Gah gestimuleerd in het meer gebruiken van taal en het maken van gebaren in de klas. Op Umeed Gah wordt ook veel individuele aandacht aan de kinderen gegeven. Er is een persoonlijk plan opgesteld voor elk kind en in de klas doen kinderen verschillende activiteiten los van elkaar.

Het is goed geweest om een andere school te hebben gezien naast Dar-ul-Mussarat, om de dingen te kunnen vergelijken. Wat gaat er goed, wat kan er verbeterd worden?
Daarnaast was een paar dagen er tussenuit ook goed. Verandering van spijs doet eten! En gelukkig verliep de terugreis zonder problemen.

vrijdag 13 maart 2009

tripje naar Oman

Waarschijnlijk had je het al gelezen op onze vorige posting: ik (Tom) ben de afgelopen tien dagen op vakantie geweest in Oman. Ik zou in die tien dagen het land per fiets gaan verkennen. De weken voor vertrek was ik redelijk gespannen, want ik zou helemaal alleen gaan (wat ik nog nooit had gedaan) en ik had ook geen fietsconditie, omdat ik in Lahore niet echt kan trainen. Daarnaast had ik een vrij ambitieus programma in elkaar gedraaid, met op de derde fietsdag een klim naar een top van bijna 3.000 meter hoog.

Op maandagmorgen 2 maart vertrok ik tegen elf uur met Air Blue, een Pakistaanse prijsvechter, naar Muscat, de hoofdstad van Oman. Raju had mij een aantal uren ervoor met zijn Suzuki Fx (model Alto) uit 1986 op het vliegveld afgeleverd. Zoals verwacht leverde het inchecken van mijn fiets nog wat problemen op, maar toen ik het personeel er van had overtuigd dat de fiets echt wel mee kon, was er geen probleem en kreeg ik zelfs een ruime zitplaats bij de nooduitgang. Bij aankomst op het vliegveld van Muscat heb ik meteen mijn fiets in elkaar gezet en ben ik via de zesbaanssnelweg richting een grote rotonde gefietst, waar de bus naar Ibri zou vertrekken. Ik had geluk, want ik hoefde slechts een half uur te wachten (de bus naar Ibri gaat twee keer per dag). Ondertussen had ik uitgevonden dat ik helemaal niet naar die rotonde had hoeven fietsen, omdat de bus ook op het vliegveld stopt. De buschauffeur deed niet moeilijk over mijn fiets, die onderin de bus kon. Rond zeven uur 's avonds kwam ik aan in Ibri, waar ik een guesthouse betrok tegenover de bushalte.

De twee daar opvolgende dagen ben ik van Ibri naar Bahla gefietst. Halverwege heb ik ergens wild gekampeerd. De route die ik had uitgekozen voerde over rustige wegen door het binnenland van Oman, langs een aantal prehistorische monumenten met een Unesco-status. Het zijn de zogenaamde bijenkorftombes. Deze tombes van een paar meter hoog in de vorm van een bijenkorf zijn gebouwd op de kam van heuvels rond de dorpjes Bat en Al Ayn. De tombes zijn grafmonumenten voor ongeveer 200 mensen. Van sommige tombes is nog slechts een hoopje stenen over en andere zijn nog in zeer goede staat. Helaas ontbrak een bezoekerscentrum en waren de meeste tombes alleen van afstand te aanschouwen. De stad Bahla is ook bekend om een Unesco-monument in de vorm van een gigantisch fort. Helaas is dit fort voor bezoekers gesloten, sinds er twintig jaar geleden begonnen is aan de restauratie. In Bahla nam ik het enige hotel in de stad in de vorm van een (kitscherig) traditioneel dorp. Helaas hoorde er ook een traditionele irritante mug bij, die me tot diep in de nacht terroriseerde.

De derde dag was de grote dag naar de top van Jebel Shams, één van de hoogste bergen van Oman. De top is meer dan 3.000 meter hoog, maar het was onbekend of ik ook helemaal naar de top zou moeten fietsen. Ik wist in ieder geval, dat er boven op de berg een hotel zou zijn. Dat was ook het enige hotel in de buurt, dus ik zou niet halverwege de klim kunnen afhaken. De aanloop van de klim ging goed. Ik volgde het dal van een droge rivier (wadi). Na een vijftiental kilometers maakte het dal een bocht en begon de echte klim. De eerste klimmetjes gingen nog wel, maar de daaropvolgende klimmen werden alleen maar steiler. De moed zakte me helemaal in de schoenen toen ik voor me een enorme bergwand ontwaarde met daarop een weg geplakt. Ik zag de auto's omhoog kruipen. Ondertussen werd ik een flauwe doch stekende pijn in mijn rechterknie gewaar. Toevallig was ik net bij een dorpje. Ik besloot langs de weg te wachten en een auto aan te houden, die me naar boven zou kunnen brengen. Daarop hoefde ik niet lang te wachten. Eerst boden twee inwoners uit het dorpje me een lift aan, maar die vroegen te veel. Vijf minuten later stopte er een pick-up, die me wel voor een redelijk bedrag omhoog wilde brengen. Op Jebel Shams betrok ik een Arabische tent en ondernam wat wandelingen in de omgeving naar een enorme canyon van meer dan duizend meter diep.

De volgende dag bergaf van Jebel Shams naar Nizwa gefietst. Een tocht van 90 kilometer, waarvan 40 kilometer bergaf. De stekende pijn in mijn rechterknie die ik de dag ervoor al had gevoeld zette echter door. Regelmatig moest ik pauze houden om mijn knie rust te gunnen. Zelfs als ik fietste zonder er kracht op te zetten, bijvoorbeeld in een afdaling, deed mijn knie pijn. Met lopen of in rust, voelde ik mijn knie niet. Het was me in ieder geval duidelijk dat ik mijn knie in de steile klimmen had overbelast. Ik zou mijn route dus moeten aanpassen. Ik besloot in Nizwa een rustdag te nemen en aan het eind ervan te besluiten wat te doen. Ik had twee opties: terug naar Ibri en vandaar naar Nakhl fietsen of naar Muscat en mezelf daar vier dagen vermaken. Uiteindelijk koos ik voor het laatste, omdat ik niet ergens halverwege in de woestijn met een onwillige knie wilde komen te zitten.

Vier dagen lang heb ik me vermaakt in Muscat. Wat soms af en toe moeilijk was, omdat er niet zoveel te zien is in Muscat. Elke dag heb ik tussen de 30 en 50 kilometer gefietst. Muscat zelf is heel klein: niet meer dan het paleis van de sultan, wat ministeries en wat oude Portugese forten. De agglomeratie Muscat is echter een stuk groter en strekt zich meer dan 40 kilometer langs de kust uit tot aan Seeb. De verschillende plaatsen van Groot-Muscat zijn van elkaar gescheiden door bergen. Vaak was de snelweg de enige mogelijkheid om van de ene plaats naar de andere te fietsen. Gelukkig heeft de snelweg een vluchtstrook en rijden Omani niet als gekken in hun PC Hooft Tractor(nog nooit zoveel Hummers en Armada's gezien).

Ondanks mijn opspelende knie heb ik me toch goed kunnen vermaken in Oman. Ik zou nog veel meer kunnen schrijven, want ik heb genoeg indrukken opgedaan. Onder andere dat ik in Bahla een hele stoet Rolls Royces van vooroorlogs tot net nieuw model voorbij heb zien komen, ik mijn bidon was kwijtgeraakt, maar dat ik die toch weer op een bewonderenswaardige wijze heb teruggekregen, dat alle winkels een tweetalig uithangbord hebben, dat ik flink wat souvenirs heb gekocht waaronder een poef van tapijt, dat ik in mijn onderbroek in zee heb gezwommen, enzovoorts.

Geinteresseerd in foto's? Klik dan hier.

donderdag 26 februari 2009

Wisten jullie dat...

• de ouders van Adine helaas weer naar Nederland zijn vertrokken
• we het idee hebben gekregen, dat ze het erg naar hun zin hebben gehad (zie vorige posting)
• ze met koffers vol cadeaus kwamen, maar ook weer met volle koffers vertrokken
• we ze nu al weer missen (net als alle andere mensen in Nederland natuurlijk)

• we vorige week onverwachts 2 pakketten uit Nederland hebben ontvangen
• dat ze afkomstig bleken te zijn van Dichterbij (werk Adine)
• ze vol zaten met spel- en behandelmateriaal
• er ook een persoonlijke dvd bij zat
• daaruit bleek dat Adine’s collega’s met de kerstlunch geld hiervoor hadden ingezameld
• we hier heel blij mee zijn (en Dar-ul-Mussarat natuurlijk ook)

• Tom voor Sharens achtste verjaardag oliebollen, appel-, banaan- en ananasbeignets heeft gebakken
• die erg in de smaak vielen
• ze wel passen in het Pakistaanse dieet van (veel) vet en (veel) suiker!
• we (gelukkig) nog niet gevraagd zijn om groene peperbeignets te maken
• we Sharen een pop en een boekje van Miffi (Nijntje) cadeau hebben gedaan

• de winter nu toch wel echt voorbij is
• het overdag al warmer wordt dan 25 graden
• dit nog koel is
• in mei en juni de temperatuur (naar horen zeggen) kan oplopen tot boven de 45 graden!
• wij dan levend worden gekookt
• we gelukkig airco hebben (als er stroom is)

• we al drie dagen geen elektriciteit hebben in onze slaapkamers en badkamer
• het internet er thuis al bijna een week uit ligt
• we dus ook niet kunnen skypen
• we van ontwenning last hebben van trillende handen en stembanden
• we sinds gisterenmiddag ook al geen water hebben
• de waterpomp kapot schijnt te zijn
• ze heel hard aan het werk zijn om alle ongemakken op te lossen (hopen we)

• Tom aanstaande maandag 10 dagen op vakantie gaat naar Oman
• hij daar wil gaan fietsen
• hij dat best spannend vindt, omdat hij nog nooit zo lang alleen heeft gefietst
• hij ook weinig conditie en spiermassa heeft
• je in Lahore niet echt kan trainen (tenzij je levensmoe bent)
• hij dus waarschijnlijk met spierpijn thuis zal komen
• Adine de tijgerbalsem voor dit geval koud heeft gezet

• je in Pakistan cadeaupapier kan kopen met een print van volle bierglazen
• nieuwsbrief 7 binnenkort verschijnt

zaterdag 14 februari 2009

Verwanten dichterbij

Ja, hoor, wij zijn in Lahore (spreek uit Lahoor) en we kwamen onmiddellijk in een soort shock terecht. Na een zeer voorspoedige reis met prima vliegtuigen van Emirates werden we opgewacht door Adine en Tom en hun driver Youcoub; tranen van blijdschap en onpakistaanse omhelzingen! Zelf autorijden is echt niet aan de orde, hectiek en chaotisch verkeer alom, nauwelijks richtingborden en geen straatnaambordjes, dus gelukkig maar, dat er drivers beschikbaar zijn, die ons kunnen halen en brengen. Het straatbeeld is als in een donkere, krioelende, lawaaiige, stoffige, stinkende film, met als contrast hier en daar verse groenten, sinaasappels, aardbeien, kleurige vrouwenkleding en plotseling een moderne winkelpui. Wat je op straat bijna niet ziet is: baby’s, kinderwagens, gehandicapten of bejaarden. Blijkbaar blijven die binnen of achter de muren?

We zijn blij, dat we hier zijn en genieten van alles wat we meemaken: kleding, vriendschappen, gastvrijheid, voedsel (rather spicy), cultuur, kerkgang, Dar ul Mussarat en zelfs een toeristische trip naar het Fort uit 1566, de Badshahi moskee (1674) en het Lahore museum (1894). Op veel plekken zijn de invloeden van de Engelsen nog te zien. Hoogtepunten zijn de Shish Mahal (Palace of Mirrors), de “miniature paintings” en de Kalash- en Hunza-cultuur.

Dinsdag 10 februari zijn we om 8 uur aanwezig op Dar ul Mussarat bij de Devotion (ochtendwijding) en kennismaking met het team, geleid door Mrs. Resha (Principal of Dar ul Mussarat). Nadat we tijdens de dagopening met de kinderen onze tas met speel-leer-materiaal hebben overhandigd, gaan we de hele school door, we belanden tenslotte in de speechroom, waar Adine werkt en zien we hoe Amber en Aiyza worden voorbereid en ingewerkt door Adine. Heel indrukwekkend allemaal, zeker als je ziet, met welke middelen er gewerkt wordt. Ook autistische kinderen krijgen begeleiding/training. De problemen en vorderingen worden geobserveerd en geïnterpreteerd.

De Pakistaanse cultuur is zo anders dan de onze, dus is het heel moeilijk om de Westerse kennis over te brengen. Adine spant zich in om begrip te kweken voor wat de juiste manier van werken is met het beste resultaat voor de leerkracht en de kinderen. Wat in hun cultuur onbekend is, is b.v. zelfreflectie of in de toekomst denken, plannen. Zouden ze dat kunnen of willen leren en gebruiken? De stijl van leidinggeven is hier nog vooral orders geven en te weinig gericht op stimuleren en het ontwikkelen van nieuwe methoden. Het speel-leer-materiaal, zien we, komt al direct van pas. Na de lunch met de kinderen is om 14.00 uur de school leeg en stil.

We maken kennis met vele vrienden en ook met de Pakistaanse gastvrijheid: in één woord geweldig. We ontmoeten o.a. Bishop Samuel, Resha, Javed, Raheel, Reverend Jane, Alia, Raju, Didi, Sherry, Opa Daniel, Mehwish, Dr. Edgar, Erum, Corien, Kamar, Summer, Youcoub, vele collega’s van Adine en hebben onvergetelijke gesprekken. Adine en Tom doen geweldige ervaringen op en worden in het werk en in de contacten zeer gewaardeerd, dat zie je en dat zeggen velen ook tegen ons. We zijn blij, dat we deze reis ondernomen hebben en mogen nu ook delen in hun rijke ervaringen.

Het is deze week bijna Hollands voorjaarsweer, overwegend zonnig, zo’n 20 graden en twee dagen regen, waardoor de atmosfeer lekker opfrist. Nadat Adine terug is van school zitten we ’s middag heerlijk in de zon, lezen en bijpraten. Net als Adine en Tom, mag Inge prachtige kleding dragen, die op maat is gemaakt: een Shalwar kameez met dupatta, lila met zilver, precies wat bij haar past. Nanne beperkt zich tot een traditioneel hoofddeksel, de Kalashi-muts.

Nanne Groot en Inge Mol

zaterdag 7 februari 2009

Oudermiddag

Vorige week zaterdag was er een “parents meeting”, wat je kunt vergelijken met een Nederlandse ouderavond, maar dan op zaterdag en zonder tijdschema. Dan merk je hoe gestructureerd we in Nederland zijn (misschien wel iets te gestructureerd). In Nederland wordt er gewerkt met een duidelijk tijdschema: die tijd bij docent X, dan pauze van 5 minuten en daarna bij docent Y. Hier gaat het door elkaar en moeten ouders op hun beurt wachten. En het zou Pakistan niet zijn als er geen ouders zijn die willen voordringen! Om te illustreren wat we in de logopedieruimte doen, had ik samen met Tom een video-opname gemaakt die ik heb laten zien in het algemene inleidende gedeelte. De video bestond uit drie delen. Eén deel waarbij Aiyza een kind behandelt met articulatieproblemen, één deel waarbij Amber met een kind werkt met het plaatjessysteem (met mij als schaduwtrainer) en één deel waarin ikzelf een kind onderzoek met betrekking tot eet- en drinkproblemen. Aiyza en Amber vertelden in het Urdu erbij wat er gebeurde, waardoor ik ook kon horen, voor zover mijn Urdu toereikend is, of zij het zelf goed begrepen hebben.

In onze logopedieruimte was het erg druk met ouders. De ouders vonden het erg interessant en kwamen na het algemene gedeelte bijna allemaal langs in ons lokaal. Zelfs ouders van kinderen voor wie logopedie niet nodig of haalbaar is, kwamen om hulp vragen. Dat is natuurlijk niet zo gek. Ik zou mijn kind ook graag alle mogelijkheden willen bieden, helemaal als er iemand met nieuwe kennis vanuit een ander land op bezoek komt. Je wil toch alle kansen aangrijpen. Veel mensen denken hier dat ik een dokter ben en dat ik de kinderen ook echt kan genezen. Ouders hebben eens gevraagd of ik geen therapie wist zodat hun zoon normaal wordt. Ze dachten dat er in Duitsland een dergelijke therapie van een halfjaar was ontwikkeld. Toen heb ik heel subtiel geprobeerd duidelijk te maken dat dit niet mogelijk is. Het lastige is dat alles in perspectief moet worden gezien. Een kind met een ontwikkelingsleeftijd van nog geen jaar, kun je niet leren spreken. Dat kan een “normaal” kind van die leeftijd ook niet. En de articulatie van een kind van drie is nog verre van perfect, dus kun je dat ook niet verwachten van iemand met een ontwikkelingsleeftijd van drie jaar. Maar het is hard om dat te zeggen tegen ouders. Dat doe ik dus ook niet met mijn Nederlandse directheid. Zeker niet in Pakistan waar nee zeggen veel lastiger is dan bij ons in Nederland. Wat je wel kunt zeggen is “dat het heel moeilijk is”. Subtiliteit met vlijt!

Het gaat me steeds beter af om alles in perspectief te zien. In het begin had ik nog wel eens moeite met het niveau van mijn collega's van Dar-ul-Mussarat. Het hele doen en laten kwam me soms erg amateuristisch over. Het leek alsof over weinig zaken was nagedacht en dat leerkrachten maar wat deden. Wat voor mij logisch leek, bleek voor leerkrachten niet zo te zijn. Ik had de drang om elke "misstand" op te pakken, ook al had het niet zo veel met logopedie te maken. Als we er over nadenken is het eigenlijk ook logisch dat er in Pakistan een achterstand is op het gebied van gehandicaptenzorg. Zo is er de laatste vijftig jaar in Nederland een enorme expertise opgebouwd. Instellingen en scholen worden betaald door de overheid en er worden op diverse niveaus opleidingen aangeboden, zoals SPW, Activiteitenbegeleiding, SPH en paramedische opleidingen als Logopedie en Fysiotherapie. In Nederland zijn er heel weinig mensen in de gehandicaptenzorg werkzaam die niet geschoold zijn. Daarnaast wordt medewerkers ook regelmatig bijscholing aangeboden. Toch heeft deze kennis in Nederland ook zijn keerzijde. Om de zoveel tijd worden er weer nieuwe concepten voor de gehandicaptenzorg bedacht, waar massaal op moet worden overgeschakeld. Zo is het laatste decennium de bedoeling dat gehandicapten meer geïntegreerd dienen te worden in de maatschappij. Grote terreinen zoals in Ottersum zijn taboe en de mensen moeten weer in de wijk gaan wonen.

Dar-ul-Mussarat heeft al die Nederlandse mogelijkheden niet. Alle scholen voor gehandicapten zijn gesticht vanuit een particulier initiatief. De overheid draagt niks bij aan de school. DuM moet het dus hebben van schoolgeld dat door de ouders wordt betaald en andere financieringsbronnen. Zo gaat een gedeelte van het geld dat wordt opgehaald via St. Peter's High School naar Dar-ul-Mussarat. Door het constante gebrek aan geld, is het voor Dar-ul-Mussarat ook niet mogelijk om goed geschoolde leerkrachten te werven. Deze zijn eenvoudigweg te duur. Ik ben ook gaan beseffen, dat ik niet in een jaar tijd Dar-ul-Mussarat op het niveau van Nederland kan krijgen. Ik kan echter wel mijn steentje bijdragen door Aiyza en Amber tot junior-logopedist op te leiden.

zaterdag 24 januari 2009

De Pakistaanse bruid

We hadden er veel over gehoord en vorige week was het eindelijk zo ver: onze eerste Pakistaanse bruiloft. Wahid, een collega van Adine, zou in het huwelijk treden met een zus van Khurum, een andere collega van Adine. Hoezo kleine wereld? Een Pakistaanse bruiloft is net iets anders dan de doorsnee Nederlandse bruiloft. De Pakistaanse bruiloft beslaat in totaal vier dagen en zit boordevol met tradities. Te veel om allemaal op te noemen. Zo schrijven de tradities onder andere voor wat voor kleur jurk de bruid bij een bepaalde ceremonie aan dient te trekken.

Rond kerstmis zijn we op bezoek geweest bij verschillende families om gezellig met hun te dineren en christmas carols te zingen. Meestal kwam dan ook na een tijdje het trouwalbum op tafel. Op al die foto’s die we bekeken viel ons op dat de bruid er meestal niet echt vrolijk op stond. Volgens Jane, onze buurvrouw die al wat jaren in Pakistan woont, is dat ook niet zo verwonderlijk. De meeste huwelijken in Pakistan zijn gearrangeerd. Dat betekent dat de families van de bruid en bruidegom met elkaar het huwelijk overeenkomen. Het komt regelmatig voor dat de bruid en bruidegom elkaar alleen maar kennen van een foto. Daarnaast betekent een huwelijk voor de bruid dat ze haar huis en familie zal gaan verlaten. Ze zal als het ware een nieuw leven beginnen, waarbij ze nog niet weet wat dit nieuwe leven in petto heeft. In Pakistan is het normaal om met de hele familie in één huis te wonen. Daarbij is het de gewoonte dat de zonen na hun huwelijk thuis blijven wonen. In dit huis krijgen de bruid en bruidegom wel een eigen kamer. Is het huis te klein geworden, dan wordt er gewoon een verdieping opgebouwd. De bruid komt dus te wonen in een omgeving waar haar schoonmoeder de dienst uitmaakt. Zij heeft maar te gehoorzamen aan de nukken van de schoonmoeder (net zoals de schoonmoeder toen zij jong was haar schoonmoeder moest gehoorzamen). Totdat de bruid haar eerste zoon heeft gebaard, zal ze binnen het huishouden weinig in te brengen hebben.

Op zaterdag gingen we met een groepje collega’s van Adine naar Wahids bruiloft. Deze dag stond in het teken van de mehndi. Dit ritueel vindt over het algemeen op de tweede dag van een huwelijk plaats. Tijdens de mehndi wordt henna aangebracht op de handen van de bruid en de bruidegom. We vonden het best spannend, want we wisten niet zo goed wat we moesten verwachten. We hadden niet overal positieve verhalen gehoord over Pakistaanse bruiloften. Van diverse kanten hadden we gehoord, dat de bruiloften vooral saai zijn en dat het grootste gedeelte bestaat uit wachten. Zo waren Raju en Ijaz een keer naar een bruiloft gegaan, waarbij de bruidegom niet om vier uur arriveerde, zoals op de uitnodiging stond, maar pas om tien uur! Jane had ons zelfs een keer aangeraden om een boek mee te nemen. Toen we dat laatste tegen onze vrienden zeiden, moesten ze wel lachen. Ze verzekerden ons dat dit niet nodig zou zijn.

Om tien uur kwamen we aan bij de straat waar Wahid woont. De straat, ongeveer 5 meter breed, was met zeildoek overspannen en zo veranderd in een lange partytent. De ene helft bestond uit een podium met daarvoor stoelen en de andere helft stond vol met huwelijkscadeaus. Zo stond er een complete uitzet met bed en kasten, die qua vormgeving, materiaalgebruik en kleurcombinatie niet helemaal onze smaak waren. We hopen dat de bruid en bruidegom er wel een stem in hebben gehad, want daar zitten ze de komende vijfentwintig jaar (of langer) wel aan vast. Eerst werden we uitgenodigd bij de familie van Wahid. Het viel ons op dat er al diverse huwelijksfoto’s aan de muur hingen. Via via kregen we te horen dat het eerste deel van de bruiloft vorig jaar al had plaatsgevonden. Uit geldgebrek werd nu pas de rest van de bruiloft gehouden. Na een drankje en het uitwisselen van beleefdheden was het de beurt om op bezoek te gaan bij de familie van de bruid. Dat waren “toevallig” de buren van Wahid, wat op zich wel handig was. Ook nemen we aan dat de bruid en bruidegom elkaar dus ook beter kennen, dan bij een standaard gearrangeerd huwelijk. In het huis van de bruid werden we door Khurum, collega van Adine, en zijn familie ontvangen. De bruid was nog niet aanwezig, maar een half uur later kwam ze ons in haar gele jurk, zoals de traditie voorschrijft, gezelschap houden. Gezelschap is een groot woord, want ze zat het grootste gedeelte van de tijd met haar hoofd naar beneden alsof ze zat te wachten om veroordeeld te worden (of hoort dat ook?). Ondertussen hadden we van de gastheer wat te eten, kip met rijst en naan, en drinken gekregen. Toen het eten was genuttigd, was het tijd om weer naar de buren te gaan. Ook daar kregen we wat te eten, kip met rijst en naan (hoe origineel), en te drinken. Dit alles nam ruim twee uur in beslag en om kwart over twaalf was er in feite nog niks gebeurd. Adine polste voorzichtig wanneer de ceremonie nu eigenlijk zou beginnen. Ons werd verteld dat pas om twee uur ’s nachts zou beginnen en dat het geheel om vijf uur zou zijn afgelopen. Adine’s collega’s en wij hadden geen energie meer om daar op te wachten en zijn vervolgens maar weer naar huis gegaan. Ondanks dat we weinig van de mehndi hebben meegemaakt, was het voor ons een hele ervaring, die we niet hadden willen missen. Toch hopen we dat we nog een keer de kans krijgen om wat meer van de Pakistaanse huwelijkstradities mee te krijgen.

Voor meer info over een traditionele Pakistaanse bruiloft klik hier

dinsdag 13 januari 2009

Vakantie

Na alle hectiek van de afgelopen maanden, waarbij de week voor kerst het toppunt was, waren we er wel aan toe: vakantie. We hadden het ticket naar Bangkok bijna drie maanden geleden geboekt, maar vanwege alle visumperikelen (zie vorige posting) wisten we pas een aantal dagen van te voren dat we ook daadwerkelijk op vakantie zouden gaan. Ondanks dat we ons in Lahore steeds beter ingeburgerd voelen, hadden we ook even behoefte om in een andere en rustige omgeving alle indrukken van de laatste maanden te verwerken en ons zodoende op te laden voor de tweede helft van onze uitzending. De twee weken vakantie in Thailand en Cambodja heeft aan de bovenstaande verwachtingen ruimschoots voldaan.


De eerste twee nachten verbleven we in Bangkok in een drie sterren hotel. We hadden een gewone kamer geboekt, maar we werden geüpgrade naar een hotelkamer met het formaat van een flink appartement. Tom, die altijd wel iets te zeuren wil hebben, vond alleen de kussens iets aan de te forse kant. Het hotel bleek gelegen in een wijk met een hoop andere hotels voor westerlingen, zoals het Marriott. De keerzijde van de aanwezigheid van deze hotels was te zien in het straatbeeld. Regelmatig liepen er oude westerse mannen met aan hun zijde een jonge Thaise deerne voorbij. Ook waren er verschillende bars in de buurt, waar de om een praatje verlegen westerling een luisterend oor van een Thaise vrouw kon vinden. Na een goede nacht hebben we in één dag Bangkok verkend. Eerst per skytrain, een metro maar dan vijftien meter boven de grond, en daarna per boot. Niet ver van de plek waar we uit de boot zijn gestapt, bezochten we de beroemde tempel Wat Pho met een liggende Boeddha van ruim vijftig meter lang. Alvorens de taxi ons weer terugbracht naar ons hotel, hebben we nog een bezoek gebracht aan Khao San Road. Dit was eens het centrum voor backpackers in Bangkok, maar is de laatste jaren veranderd in een dertien in een dozijn toeristenstraat die je in veel badplaatsen over de gehele wereld aantreft. Het enige verschil is, dat Bangkok geen badplaats is. Vanzelfsprekend wordt op Khao San Road ook veel toeristenmeuk verkocht. We hielden onze aankopen bescheiden en kochten alleen een ketting voor Adine. ’s Avonds hebben we ons in het hotel vermaakt met het kijken van een aflevering van Midsomer Murders op Hallmark channel.

’s Maandags zijn we afgereisd naar Siem Reap in Cambodja. Rond Siem Reap zijn de beroemde tempels van Angkor te vinden. Vanaf Bangkok is dat een afstand van nog geen 500 kilometer, maar omdat we een grens moesten oversteken en de wegen in Cambodja van mindere kwaliteit zijn, besloten we om deze reis in tweeën te knippen. Dat gaf ons de ruimte om op maandag nog lekker uit te slapen en tegen de middag af te reizen naar Aranya Prathet aan de Cambodjaanse grens. Daar hebben we overnacht in een guesthouse, waar Tom vijf jaar geleden ook had overnacht. Het geheel deed wel een stuk armoediger aan dan Tom zich kon herinneren. Dat kan twee dingen betekenen: de afgelopen vijf jaar is er geen onderhoud gepleegd aan het guesthouse of Tom wordt ook ouder en is gewend geraakt aan meer comfort. Waarschijnlijk zijn allebei de stellingen waar. De dag daarna zijn we vroeg opgestaan en nog voor negenen de grens overgestoken. Dat had als voordeel dat we de toeristenhorden, die over het algemeen uit Bangkok komen, voor waren, maar had als nadeel dat er niemand was die met ons een taxi naar Siem Reap kon delen. De bus was geen optie, want die zou pas om half twee vertrekken. Die wacht namelijk wel op de toeristenhorden. Er zat voor ons niks anders op dan voor 50 dollar een taxi te nemen. De weg naar Siem Reap was inderdaad slecht en was één grote bouwput. Desondanks wisten we de 150 kilometer in minder dan drie uur af te leggen.

Eenmaal in Siem Reap werden we per tuktuk, in Cambodja een brommer met aanhanger, van het ene hotel naar het andere gesleurd. Vanwege hoogseizoen zaten veel hotels vol of hadden nog slechts nog één slechte kamer over. Uiteindelijk vonden we een hotel niet ver van het kleine doch gezellige centrum van Siem Reap. De kosten lagen wel wat hoger, dan wat Tom vijf jaar geleden had betaald, maar we hadden dan wel goede bedden, airconditioner én een televisie met bvn (beste van Vlaanderen en Nederland)! Vier en een halve dag hebben we ons in Siem Reap vermaakt met het bezichtigen van de tempels van Angkor per fiets (á 1 dollar per dag), uit eten en het kijken van bvn. We hebben met een vleugje nostalgie gekeken naar programma’s als Memories, Youps oudejaars conference, Andere tijden met 100 jaar Elfstedentocht, Journaal jaaroverzicht, Vijf jaar later met onze vriend Mart Smeets, Samson en Gert, het Olympisch overzicht en natuurlijk het Journaal. Helaas hebben we de aflevering van het Journaal met daarin zwager Marthijn als spreekbuis van de KNSB gemist. Nieuwjaar hebben we sobertjes onder het genot van een glaasje wijn in het hotel gevierd. Een paar honderd meter verderop werd in pubstreet (een straat met een hoop cafés en restaurants) een groot openlucht nieuwjaarsfeest gehouden, maar we hadden allebei niet echt behoefte aan een mensenmassa.

De tempels waren indrukwekkend, maar na drie dagen waren we wel een beetje tempelmoe geworden. De laatste dag zijn we daarom de andere kant, richting het drijvende dorp bij het Tonlé Sap meer, opgefietst. Eenmaal bij het drijvende dorp aangekomen brak Toms ketting, die voor 1 dollar door een paar omstanders weer provisorisch in elkaar werd gezet. Goed genoeg om zonder brokken Siem Reap weer te bereiken. We hebben erg genoten van Cambodja, maar we voelden ons soms wel als een natte dweil die tot op de laatste dollar (in Siem Reap moet alles betaald worden met dollars) uitgewrongen diende te worden. Zo konden we nauwelijks over straat lopen, zonder dat ons om de paar meter “gevraagd” werd of we een tuktuk wilden. Een t-shirt met daarop de tekst No, I don’t need a tuktuk/taxi/riksha! waarbij de tekst veranderd kan worden in Yes, I do need a tuktuk/taxi/riksha! via een ingenieus systeem met een drukknop of rits, lijkt ons een gat in de markt.

Na vijf dagen Cambodja verplaatsten we ons naar het eiland Ko Chang in Thailand. Om tijdens deze reis wederom de toeristenhorden te ontlopen, besloten we de reis te verdelen over twee dagen. Het voordeel hiervan was dat we nog voor de middag op Ko Chang aankwamen. Lukraak kozen we een plaats om vier dagen op en bij het strand te relaxen. Een tot minibus omgebouwde pick-up bracht ons naar het pittoreske Kai Bae Beach. Het eerste resort zat vol, dat krijg je er van als je in het hoogseizoen reist, maar het naastgelegen resort had nog wel een bungalowtje vrij. De bungalow zelf stelde niet zo veel voor en had een naar onze smaak iets te hard matras. De ligging op twintig meter van een rustig strand maakte echter veel goed. Hier geen bvn op de televisie, maar dit compenseerden we door elke avond te relaxen op het strand met een flinke fles bier voor Tom en een watertje voor Adine. Daarbij werden we gezelschap gehouden door de honden van het hotel. Opvallend in Cambodja en Thailand waren de overal aanwezige honden. In Pakistan zie je niet zo veel honden, omdat moslims ze onrein vinden. In Cambodja en Thailand worden honden gehouden zoals wij in Nederland katten houden: van de baasjes mogen ze overal vrij rondlopen. Adine, die niet zo van honden houdt, had daar in het begin wel moeite mee.


Naast het op het strand hangen vermaakten we ons op Ko Chang met kanoën, lieten we ons masseren en gingen we een dag de jungle in. Onder leiding van een gids, die onverstaanbaar Engels praatte (fly ly = fried rice), beklommen we één van de hoogste bergen van Ko Chang. Het pad was flink steil en Adine keek wel een beetje op tegen de afdaling. De top bleek een beetje tegen te vallen, want het uitzicht werd ontnomen door het rijkelijk aanwezige struikgewas. Enkele dapperen, waaronder Tom, klommen in een kleine boom om alsnog van het uitzicht te kunnen genieten. Na geluncht te hebben, de gids had voor tien man lunchpakketten (fly ly with chicken) meegenomen, begonnen we aan de afdaling. Deze viel enorm mee, want al slingerend van de ene boom naar de andere en ook af en toe een liaan meepikkend overwonnen we met speels gemak de steile stukken. De gids nam ons nog mee naar een waterval, maar die bleek minder spectaculair dan hij had omschreven. Vanwege het droogseizoen was de waterval geslonken tot een uit de kluiten gewassen waterstraal. Het loonde in ieder geval niet de moeite om de zwemkleren aan te trekken.

De laatste twee dagen van onze vakantie stonden in het teken van de terugreis naar Pakistan. Alles liep op rolletjes, totdat we wilden inchecken voor onze vlucht naar Lahore. We konden op de vertrekborden nergens onze vlucht vinden. We meldden ons bij het kantoor van Thai Airlines. Daar vertelden ze ons dat de dienstregeling naar Lahore wegens een gebrek aan passagiers was uitgedund. We hadden een aantal dagen voordat we naar Thailand vlogen nog met de reisagent gebeld. Hij zei dat hij onze vluchten had bevestigd, maar klaarblijkelijk had hij zijn taak verzaakt. Als hij dat namelijk wel had gedaan, wist hij ook dat onze vlucht was komen te vervallen. Uiteindelijk werd ons ticket omgezet en vlogen we via Chennai, waar we een tussenlanding maakten, en Dubai naar Lahore. In Dubai moesten we vijf uur wachten, waarbij we om de tijd te doden ons hebben vermaakt met shoppen. Ondanks de tegenslag op het einde, kunnen we toch spreken van een geslaagde vakantie.