dinsdag 25 november 2008

Annual play 2008

Op 21 november was het zo ver: het jaarlijkse toneelstuk van Dar-ul-Mussarat. Eigenlijk zou de annual play op 29 november worden opgevoerd, maar twee weken geleden werd de datum plotseling een week vervroegd. Er was namelijk een (kleine) kans dat premier Gilani met zijn vrouw de annual play zou komen bijwonen. Al snel was duidelijk dat het bijwonen van de annual play door Gilani vanwege een drukke agenda niet door kon gaan, maar zijn vrouw Fauzia zou wel komen. De bisschop en Resha, de directrice van DuM, waren enigszins teleurgesteld, want als alleen de vrouw van Gilani zou komen, zou de media-aandacht natuurlijk een stuk minder zijn. De bisschop had de vrouw van Gilani namelijk nog nooit op televisie gezien.

Drie dagen van te voren werden de uitnodigingen voor de annual play verstuurd. In Nederland zou waarschijnlijk bijna iedereen al iets anders hebben gepland, maar in Pakistan is dat geen probleem. De mensen leven hier echt van dag tot dag. Meer dan een week vooruit iets afspreken is hier al een lange termijn afspraak, die alleen bij speciale gelegenheden, zoals een bruiloft, wordt gemaakt.

De komst van Fauzia Gilani bracht nogal wat stress met zich mee. Zo moesten binnen een week alle rekwisieten klaar zijn. Daar was nog niet aan begonnen, want de leraren hadden de weken daarvoor hun handen nog vol aan de christmas decoration. Adine stak een helpende hand toe en maakte voor de docenten een planning. Het stressniveau bereikte op de dag zelf zijn hoogste punt. Resha maakte zich druk over de route die Fauzia Gilani zou nemen, als ze rondgeleid zou worden door Dar-ul-Mussarat. Ook werden alle leraren opgedragen om een pak aan te trekken en als ze die niet hadden, dan moesten ze die maar lenen. Dat was lastig voor Ijaz, want met zijn beperkte lengte en de afwezigheid van een Pakistaans buikje, kende hij niemand die een voor hem passend pak te leen had.

Met Fauzia Gilani kwamen ook twee dozijn politiemensen naar de campus. Elke hoek van het schoolplein van St. Peter’s Highschool, werd door minstens twee man met kalashnikovs bezet en ook op het dak van St. Peter’s Highschool en DuM stond een stoere politieagent paraat. Bij de ingang van de compound was de verkeerspolitie druk bezig met het weghalen van “fout” geparkeerde auto’s. Dat deden ze niet door de bewuste auto’s weg te slepen. In plaats daarvan was er een vorkheftruck gecharterd. Viervoetige vrienden werden ingezet om de Bishop Azariah Hall af te snuffelen op vermoedelijke explosieven. Tenslotte was er een strenge ingangscontrole. Bij de ingang stond een metaaldetector en vrouwelijke politieagenten werden ingezet om de tasjes van de dames te onderzoeken. Ook de tassen van de pers werden doorzocht. Ze moesten zelfs laten zien dat de (film)camera’s ook echt werkten en niet waren omgebouwd tot een moordwapen.



Volgens de uitnodiging zou de annual play om vier uur ’s middags beginnen in de Bishop Azariah Hall in St. Peter’s Highschool. In Pakistan betekent dit, dat om vier uur de zaal gevuld is met docenten van DuM en aanhang, zoals Tom. Tom wilde met onze videocamera opnames gaan maken. Hij was op zoek naar een geschikte plek, maar werd telkens als hij een goede plek had gevonden weggestuurd. Resha had bevolen, dat niemand zijn camera neer mocht zetten in de middengang. De gangen links en rechts van de Bishop Azariah Hall waren ook verboden gebied, want daar mocht alleen de verzamelde pers plaatsnemen. Uiteindelijk vond Tom een plaatsje op een houten stellage achter in de zaal, die als tribune gebruikt kan worden, maar enige comfort ontbeert.

Om half vijf begon de zaal een beetje vol te stromen, maar nog geen spoor van Fauzia Gilani. Om vijf uur werd door Resha aangekondigd, dat mevrouw Gilani vertraagd was en dat ze over vijftien minuten zou arriveren. Er was ook een lichtpuntje: als mevrouw Gilani eenmaal was gearriveerd, zou het programma meteen starten. Het kwartier bleek een Pakistaans kwartier te zijn. Vaak lijkt het erop dat ze in Pakistan zijn overgestapt op een decimaal tijdstelsel. Een minuut heeft in dit stelsel geen zestig seconden, maar honderd. Dit geldt ook voor het begrip uur: deze heeft geen zestig minuten, maar honderd. Aan de andere kant heeft een dag in Pakistan nog wel 24 uur. Het is daarom ook geen wonder dat Pakistanen in de knoop komen met de tijd.

Wie denkt dat vanaf vijf uur een volle zaal aan het wachten was op mevrouw Gilani heeft het mis. Na vijf uur kwamen nog genoeg ouders binnen. Deze waren dus meer dan een uur te laat. Vanuit Nederlands perspectief zouden we dat belachelijk vinden. Je laat je eigen kind, die onder andere voor jou een toneelstuk gaat opvoeren, toch niet meer dan een uur op je wachten? Toch schamen die ouders zich niet. Ten eerste is het heel normaal om te laat te komen. Pakistanen zijn over het algemeen onbekend met het woord timemanagement. Ze doen wat op dat moment van hun wordt verwacht. Als deze taak uitloopt, dan moet de volgende taak maar wachten. Als Pakistanen een afspraak maken, wordt de afspraak bezegeld met het woord Inshallah (als het God het wilt). Als je door omstandigheden te laat komt, dan is dat Gods wil. Ten tweede is Pakistan een klassenmaatschappij. Gehandicapte kinderen staan niet hoog op de maatschappelijke ladder. Het wordt dan ook normaal gevonden, dat deze kinderen wachten op mensen die hoger staan. Mensen die bovenaan staan op de ladder, zoals mevrouw Gilani, hoeven bijna nooit te wachten: daar wordt op gewacht. Ten derde heb je de berekenende Pakistaan. Die denkt: “Er zullen vast mensen zijn die te laat komen en ik heb geen zin om te wachten”. Wat dat voor effect heeft, weten de meeste mensen wel.

Eindelijk kwam om kwart voor zes mevrouw Gilani, met in haar gevolg een viertal vrouwelijke commando’s in No Fear (www.nofear.com) uitrusting met bijpassende hoofddoek, binnen. Meteen stortten acht cameraploegen zich op haar. Ze wilden allemaal het beste shot. Als met heel de zaal het volkslied wordt gezongen, komen door deze cameramensen zelfs een aantal kinderen in het gedrang. Wie denkt dat na het volkslied de annual play meteen begint, heeft het mis. De kinderen zijn al meer dan 2 uur aan het wachten, daar kan nog wel een half uur bij, zal wel de gedachte zijn geweest. Eerst moet natuurlijk de eerbiedwaardige gast worden toegesproken. Er volgen toespraken van de secretaris van de Diocese, die de avond opent met een gebed, Resha, die trots alle successen van DuM opsomt en van de vader van Mavia, een pupil van DuM. Allemaal moeten ze nog even benadrukken hoe fijn het wel niet is dat Fauzia Gilani bij de annual play aanwezig kan zijn.

Om half zeven kon de annual play eindelijk beginnen. Het verhaal borduurde voort op jaarthema van DuM: my country. Het drama draaide om een Pakistaans gezin, bestaande uit een opa die twee zonen heeft. Deze zonen zijn allebei getrouwd en hebben kinderen. Eén van de zonen is rijk en de andere arm. Opa maakt zich zorgen om de kleinkinderen van zijn arme zoon. Zijn kleinzoon kan niet doorstuderen, omdat hij niet genoeg geld heeft. Hij moet een baan zoeken. De kleinzoon van zijn rijke zoon heeft zijn studie afgerond en geeft een knalfeest. Maar zijn opa is niet blij voor hem, omdat hij in gedachten is bij zijn arme kleinzoon die het geluk niet heeft om een feest te geven. De arme kleinzoon vindt een baan als stoffenverkoper op de bazaar. Dan, op een drukke winkeldag, komt er een terrorist die zijn tas met explosieven op de bazaar achterlaat. De bom gaat even later, als de terrorist is weggevlucht, af en de arme kleinzoon komt samen met de andere mensen op de bazaar om. De moeder van de arme kleinzoon is ontroostbaar en laat het publiek door haar tranen weten dat met dit soort geweld onschuldige mensen de dupe worden. Nadat de bom op de bazaar is ontploft, is het Adine’s beurt. Ze mag onder begeleiding van keyboard My heart will go on van Celine Dion zingen. Adine hoeft niet te vrezen voor haar veiligheid, want op twee meter afstand staan twee mannen van het No Fear commando klaar om in te grijpen als het misgaat.

Na afloop van het toneelstuk ging het programma door waar het gebleven was. Wederom volgden de ene toespraak na de andere. De bisschop vergastte iedereen op een slaapverwekkende toespraak van bijna 20 minuten (10 Pakistaanse minuten). Ook Fauzia Gilani moest nog een woordje doen. Ze verontschuldigde zich er in ieder geval meteen voor dat ze te laat was. Wij konden dat wel waarderen, want hoe vaak komt het voor dat iemand te laat komt en zich niet verontschuldigd. De rest van haar toespraak ging een beetje moeizoom. Ze moest duidelijk naar woorden zoeken. In tegenstelling tot haar man, zal ze wel niet zo vaak voor publiek hoeven te spreken.

Toen eindelijk het laatste woord was gezegd, stroomde de zaal leeg op zoek naar thee met koekjes en gebak. Mevrouw Gilani had nog een half uur tijd, voordat ze weer terug moest naar Islamabad. In dit half uur ging ze in krap vijf minuten het gebouw van DuM door, waarbij ze elke klas gemiddeld 10 seconden bezocht, moest ze een televisieploeg te woord staan en moest ze natuurlijk ook nog even met de bisschop wat drinken. Bij dat laatste waren we niet meer bij aanwezig, maar dat mocht de pret niet drukken. We hebben een enerverende avond beleefd, die we niet snel zullen vergeten. Nu schijnt dat meneer Gilani in januari alsnog een keer langskomt…

woensdag 12 november 2008

Christmas decoration

Wist je dat……

• Tom hier vaker ziek is geweest dan in de afgelopen tien jaar in Nederland
• We hier alleen maar illegale dvd’s kunnen kopen, gewoon in de winkel
• We dus onschuldig zijn, omdat we geen andere keus hebben
• Ze hier een aantal supermarkten hebben en zelfs een Makro
• Adine nu dus wel in een Pakistaanse Makro is geweest maar nog nooit in een Nederlandse
• Ze in twee supermarkten Edammer kaas verkopen
• Wij die af en toe kopen als ware delicatesse, terwijl die toch minder lekker is dan in Nederland
• In Pakistan meer dan 160 miljoen mensen wonen
• Het een islamitische staat is
• Er toch ook mensen wonen met een andere religieuze achtergrond, zoals christenen, sikhs, hindoes, kalasha’s, ismailies en anderen
• Tom zijn Engelse-les-studenten maar twee keer heeft gezien en ze daarna niet meer zijn geweest
• Adine is geheald in een healing service (kerkdienst)
• Er is gebeden voor Adine dat ze kinderen mag krijgen
• De irritante deuntjes van de ijscoman hier hetzelfde zijn als in Nederland
• De ijscoman hier het hele jaar rondrijdt en niet zoals in Nederland maar twee maanden
• Tom graag naar de bazaar gaat



• Tom en Adine vurig hadden gehoopt dat ze verlost zouden zijn van alle commercie en gedoe rond kerstmis, omdat Pakistan een islamitisch land is
• Dat dit een extreme fata morgana bleek te zijn
• De docenten op school al vanaf eind september begonnen zijn met “christmas decoration”
• Ze twee weken geleden alles af moesten hebben, maar nog steeds bezig zijn met knutselen
• Het dus nog erger is dan in Nederland, aaahhhhhh
• Adine nu dus weinig les kan geven, omdat de kerstdecoratie belangrijker is dan de kinderen en de lessen
• Op 1 december een internationale Christmas carol service wordt gehouden
• Adine mee zal zingen in het koor en Tom een stuk uit de Nederlandstalige bijbel zal lezen



• We het nog steeds erg leuk vinden als je een reactie achterlaat op ons weblog

donderdag 30 oktober 2008

Bezoek uit Nederland


Zaterdagmiddag om half vier werd er bij ons op de deur geklopt. Adine en ik waren nog bezig met ons broodnodige middagdutje. We waren zaterdag al om zeven uur opgestaan, omdat ik een les over landkaarten ging geven aan de leraren van de Swiss Model School. Snel schoot ik een broek aan, want in je onderbroek een deur open doen, kan al niet in Nederland laat staan in Pakistan. Harry stond voor de deur, samen met een bewaker van de campus. We hadden Harry wel verwacht, maar nog niet zo vroeg. Snel ruimden we onze logeerkamer op en poetsten we een badkamer.

Ik ken Harry van de wereldfietser. Een vereniging voor mensen die de wereld per fiets verkennen. Samen met Harry zit ik in een werkgroep die het landeninfomatiesysteem beheert. In dit systeem op internet kunnen fietsers (en anderen) informatie vinden over hoe het is om in een bepaald land te fietsen. Harry is begin april, toen Adine en ik nog bezig waren met onze acculturatiecursus, in Nederland op de fiets gestapt voor een tocht met een nog onbekend eindpunt. Zijn tocht voerde hem tot dusverre door Duitsland, Polen, Oekraïne, Roemenië, Bulgarije, Turkije, Iran, Turkmenistan, Oezbekistan, Kirgizië, China en Pakistan. In bijna zeven maanden tijd heeft hij twaalf duizend kilometer afgelegd. Toen ik een maand geleden vernam dat hij wellicht van China via Pakistan naar India wilde fietsen, heb ik hem meteen uitgenodigd om een keer bij ons mee te eten.

Het werd meer dan een keer mee-eten. Harry heeft drie dagen meegegeten, waaronder een echte Nederlandse koude schotel. In de drie dagen hebben we van alles gedaan. Zo hebben Harry en ik onder de deskundige en bezielende leiding van Raheel een bezoek gebracht aan Fort Lahore en de Badshahi moskee. Ook zijn we op bezoek gegaan bij Alia en Raju. Didi had zondag zijn eerste communie en dat moest natuurlijk gevierd worden. Meteen bij binnenkomst kregen we een bord eten voor onze neus en hing iedereen aan de lippen van Harry. De laatste dag heb ik Harry op de fiets vergezeld naar de Indiase grens. Raju en Adine volgden ons op de brommer. Het is slechts een tochtje van ongeveer 28 kilometer, maar het was voor mij de eerste keer dat ik echt in Lahore fietste. Ondanks de drukte en chaos van het verkeer, heb ik er enorm van genoten. Het gaf zelfs een kick om bij opstoppingen en verkeerslichten door het verkeer te slalommen. Op de terugweg, toen ik alleen moest fietsen, fietste ik zo behendig door het verkeer, dat Raju me met zijn brommer niet bij kon houden.



Het bezoek van Harry heeft ons ook nieuwe energie gegeven. We zaten vorige week een beetje in een energiecrisis. Adine en ik hadden allebei een aantal dagen last van een flinke diarree. We hadden daardoor weinig fut en waren zelfs een beetje neerslachtig. Het bezoek van Harry doorbrak deze sleur. Eindelijk konden we weer met iemand over Nederlandse dingen praten. We hebben zelfs een aflevering van De Wereld Draait Door via Uitzending gemist gekeken (terwijl Adine en ik Matthijs niet kunnen uitstaan, was het heerlijk om te zien). Ook hoorden we van Harry eindelijk een keer een ander verhaal over de veiligheid in Pakistan. Ondanks dat de krant dagelijks vol staat met verhalen waar je niet vrolijk van wordt, kun je als reiziger nog altijd rekenen op de gastvrijheid van de Pakistanen. Ook in gebieden die niet altijd positief in het nieuws komen. Door de verhalen en foto's van Harry heb ik het fietsen in Noord-Pakistan definitief op de agenda gezet.

Op picasa zijn foto's van de afgelopen week terug te vinden.
Harry houdt ook een site bij.

vrijdag 17 oktober 2008

Energiecrisis


Er zijn van die dingen waarvan je niet doorhebt dat ze er zijn, totdat ze er niet meer zijn. Een voorbeeld hiervan is elektriciteit. In Nederland is het zo gewoon dat je altijd de beschikking hebt over elektriciteit, dat als een keer de stroom uitvalt iedereen er over praat. Als het lang duurt of een groot gebied betreft, dan staat het de volgende dag zelfs in de krant en zijn de eerste schadeclaims al ingediend. Zo lazen wij afgelopen week op teletekst, dat in het centrum van Rotterdam de stroom één uur was uitgevallen. Twintig duizend huishoudens zaten zonder stroom en treinreizigers waren gestrand omdat de treinen niet konden rijden.

In Lahore valt elke dag bij miljoenen mensen de stroom uit. Niet één uur op een dag, maar meerdere uren. Er zit zelfs een systeem in. Over het algemeen valt precies op het hele uur de stroom uit en precies een uur later is de stroom weer terug. In elke wijk valt op deze manier wel een paar keer per dag de stroom uit, maar in sommige wat armere wijken zelfs om het uur. De stroom wordt afgeschakeld om energie te besparen. Pakistan produceert zelf niet genoeg elektriciteit om alle huishoudens, winkels, kantoren en fabrieken van energie te voorzien. Daarnaast heeft Pakistan niet genoeg middelen om elektriciteit te importeren uit bijvoorbeeld Iran. Pakistan is dus op rantsoen. Alleen met feestdagen, zoals Suikerfeest, hebben huishouders de hele dag de beschikking over elektriciteit. Dit komt, omdat tijdens deze dagen de meeste fabrieken zijn gesloten.

De afgelopen twee maanden hadden we bijna geen last van stroomuitval. Als de stroom een keer uitviel, dan was hij binnen vijf minuten weer terug. Volgens onze Pakistaanse vrienden kwam dit, doordat de campus dubbel is ontsloten. Iemand heeft in het verleden de moeite genomen om de campus ook aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk van de gevangenis. Om veiligheidsredenen valt daar zelden de stroom uit. Helaas is vorig weekend een eind gekomen aan onze betrekkelijke luxe. Ineens viel de stroom een aantal malen per dag voor ongeveer een uur uit. Een ritme leek daar nog niet in te zitten, maar gedurende de week kwam dit ritme op gang. De stroomuitval begint nu meestal rond 9 uur ’s ochtends. Vervolgens valt elk oneven uur de stroom uit tot zes uur ’s avonds. De rest van de avond hebben we weer beschikking over elektriciteit. Op donderdag was de stroomuitval het ergste. Toen viel in totaal zes keer een uur lang de stroom uit.

Nu het wat koeler wordt en we de airconditioning niet meer zo veel gebruiken is het niet zo erg dat om het uur de stroom uitvalt. Het wordt pas erg als dit ritme aanhoudt tot in de zomer. Bij temperaturen van ruim boven 40 graden is een uur zonder stroom echt afzien. We hopen dat de stroomuitval slechts tijdelijk is. We hebben geruchten gehoord dat ze bezig zijn met groot onderhoud aan een verdeelstation. Dit gerucht werd bevestigd, toen we gisteren in de nabijheid van zo’n verdeelstation een groep mannen zagen werken aan een nieuwe elektriciteitsmast. Nu maar hopen, dat het groot onderhoud is afgerond tegen de tijd dat de zomer begint.

Toch is elektriciteit niet het enige waar in Pakistan een tekort aan is. Ook aan olie en benzine is er een tekort. Twee weken geleden is de nieuwe president van Pakistan nog naar Iran gegaan om olie op de pof te kopen. Pakistan heeft niet genoeg middelen om de olie nu al te betalen. De vraag is alleen, wanneer Pakistan wel genoeg geld heeft om de olie te betalen. Het gaat met de Pakistaanse economie op z’n zachtst gezegd niet echt denderend. Een ander voorbeeld: de regering heeft onlangs een aantal oliemaatschappijen verboden om benzine te importeren. Er was een tekort aan benzine ontstaan, nadat de raffinaderijen vanwege Suikerfeest drie dagen hadden stilgelegen. Ook de gastoevoer schijnt niet helemaal goed te lopen, ondanks dat Pakistan de beschikking heeft over gasvelden in de provincie Baluchistan. In de zomer is er geen probleem met de gastoevoer, maar als het winter wordt en mensen hun huis moeten verwarmen, schijnt de gastoevoer te stokken.

Bijna wekelijks belooft de regering dat het energieprobleem binnen vijf jaar is opgelost. Hoe ze dat willen doen, zeggen ze er niet bij. Onze Pakistaanse vrienden zeggen dat de bovenstaande belofte al jaren wordt gedaan, maar dat het alleen maar erger wordt. Dat kan ook bijna niet anders. De Pakistaanse bevolking groeit als kool. Elk jaar komen er miljoenen nieuwe Pakistani bij en een stad als Karachi groeit per jaar met een half miljoen inwoners. Als dit groeitempo de komende dertig jaar doorzet, dan is tegen die tijd de bevolking van Pakistan verdubbeld. Tegen een dergelijke bevolkingsgroei is bijna niet op te bouwen. Zeker niet als het grootste gedeelte van de begroting wordt besteed aan het leger. Wat verder meehelpt aan de energiecrisis is de enorme toename van auto’s. Vijf jaar geleden hadden niet zo veel mensen een auto, maar sindsdien is het autobezit explosief gestegen. Vandaar dat je in Pakistan nog relatief veel nieuwe auto’s ziet rijden. Voor deze groei is een simpele uitleg: vijf jaar geleden maakten banken het mogelijk om geld te lenen voor de aanschaf van een auto. Ook werd het vanaf toen mogelijk om een auto te leasen.

De Pakistaanse regering heeft in ieder geval al één stap gezet om het energieprobleem op te lossen. Ze hebben de subsidies op energie afgeschaft. Hierdoor is de elektriciteitsrekening binnen een jaar tijd met vijftig procent gestegen…

dinsdag 7 oktober 2008

Ramadan


Bijna de hele maand september stond in het teken van Ramadan of Ramzan zoals het hier wordt genoemd. Ramadan is het grote vasten voor moslims. Een uitzondering wordt er gemaakt voor kinderen (waartoe ook verstandelijk gehandicapten gerekend worden), ouderen, zwangere vrouwen, zieken, mensen die reizen en vrouwen die ongesteld zijn. Die laatste drie groepen moeten hun verzuimdagen wel naderhand inhalen. De meeste mensen in Nederland weten dat moslims tijdens Ramadan tussen zonsopgang en zonsondergang niks mogen eten en drinken. Wat minder mensen weten is dat je ook niet mag roken en geen sex (ook geen masturbatie) mag hebben. Sommige moslims vinden zelfs dat je je eigen speeksel niet zou mogen doorslikken. Vandaar dat je tijdens Ramadan geregeld mensen op de grond ziet spugen. Omdat in Pakistan 97 procent van de mensen moslim is, wordt het dagelijks leven bepaald door Ramadan. Dat betekende voor ons, dat we niet in het openbaar mochten eten of drinken (al zouden veel mensen het wel accepteren als we dat wel deden, omdat we immers buitenlanders en reizigers zijn). Daarnaast bleken overheidskantoren minder lang open te zijn en waren sommige mensen door het te kort aan water en voeding aan het eind van de dag niet meer helemaal helder. Zo kochten we bij een marktkoopman een dozijn bananen (bananen worden hier per dozijn verkocht) en een watermeloen. Zowel de bananen als de watermeloen kostten vijftig roepies per stuk, maar de marktkoopman vroeg ons slechts 50 roepies in totaal.

Ramadan is in de Islamitische kalender een gewone maand, zoals bij ons augustus of september. Het probleem bij de islamitische kalender is, dat het begin van elke maand met het blote oog moet worden vastgesteld. Een nieuwe maand begint als de maan weer zichtbaar wordt. De maan moet met het blote oog worden waargenomen. Er mogen geen hulpmiddelen zoals computers of verrekijkers worden gebruikt. Als het bewolkt is, kan dus niet worden vastgesteld of de nieuwe maand begonnen is. Als het meer dan twee dagen bewolkt is, wordt alsnog de nieuwe maand afgekondigd. Want dan kan worden aangenomen, dat inderdaad de nieuwe maand is begonnen. Anders zou Ramadan in Nederland wel 40 in plaats van 28 dagen kunnen duren. Het plannen op basis van een Islamitische kalender wordt daardoor behoorlijk bemoeilijkt. Je kunt moeilijk iets op de tiende Ramadan afspreken, want dit kan een dinsdag, woensdag of donderdag zijn. Dat is ook één van de redenen, waarom in de meeste moslimlanden gebruik wordt gemaakt van de westerse kalender.

Ramadan is ook een dure maand. Elke avond na zonsondergang wordt er uitgebreid gegeten. Dit wordt ook wel iftar genoemd. Vroeger werd iftar aangekondigd met een kanonschot, maar heden ten dage gebeurt dit middels een korte loei van het luchtalarm onmiddellijk gevolgd door de gebedsoproepen vanuit de vele moskeeën. Deze lijken in de maand Ramadan de luidsprekers nog harder te hebben gezet. Rond iftar zijn de straten uitgestorven en de winkels gesloten. Echt iedereen is dan aan het eten. Ramadan is ook de maand van de naastenliefde. Mensen zijn eerder geneigd om iets aan een bedelaar te geven. Vandaar ook dat tijdens Ramadan meer bedelaars op de straten verschijnen. De regering van de provincie Punjab deed ook een duit in het zakje en besloot om de helft van de kosten van een zak meel te subsidiëren. Zo kon het zijn dat je op een avond een grote truck in de wijk zag staan, met daaromheen een hoop mensen die een zak meel op hun schouder hadden of in de rij stonden om er één te kopen.

Als Ramadan voorbij is, vindt het Suikerfeest plaats. Dit wordt ook hier Eid-ul-fitr genoemd, in de volksmond Eid. In Pakistan wordt niet één dag Suikerfeest gevierd, maar drie. De regering had halverwege Ramadan afgekondigd dat woensdag 1 oktober tot en met vrijdag 3 oktober officiële feestdagen zouden zijn. Dit terwijl nog niet bekend was, wanneer het Suikerfeest precies zou beginnen. Want dat moet dus op de avond van te voren met het blote oog worden vastgesteld. Zoals elk jaar leidde dit vaststellen weer tot grote misverstanden. Terwijl in de meeste moslimlanden op de wereld op dinsdag 30 september het Suikerfeest al was begonnen, vastte Pakistan nog lekker een dag door. Dinsdagavond om tien uur was nog niet op televisie bekend gemaakt, dat het Suikerfeest was begonnen. Iedereen hield er al rekening mee dat het Suikerfeest pas op donderdag 2 oktober van start zou gaan.

Woensdag 1 oktober stond Jane, onze Engelse buurvrouw, voor de deur met de vraag of we 's middags mee gingen zwemmen. Ze vertelde dat ze 's morgens naar haar werk was gegaan, maar dat het verdacht stil was op de weg. Eenmaal aangekomen op haar werk, het United Christian Hospital, bleek dat het die dag toch Suikerfeest was. De regering had om elf uur 's avonds na vijf uur vergaderen, afgekondigd dat op 1 oktober toch het Suikerfeest zou beginnen. De beslissing was naar Pakistaanse gewoonten tamelijk controversieel. Niet alle geestelijken hadden de maan met eigen ogen aanschouwd. Een paar conservatieve geestelijken hadden zelfs aangegeven dat de minister niet bevoegd zou zijn om de maand Ramadan officieel beëindigd te verklaren, omdat hij geen geestelijke is. Dit betekende dat niet in het hele land op 1 oktober het Suikerfeest was begonnen. Een aantal conservatieve moskeeën, waaronder één in de oude stad van Lahore, plakte er nog gewoon een vastendag aan vast. Die late beslissing tot het uitroepen van Suikerfeest had als gevolg dat op 30 september om elf uur 's avonds nog duizenden mensen naar de bazaar gingen om boodschappen te doen. Deze mensen hadden gedacht dat ze op 1 oktober nog boodschappen konden doen.

Met Jane zijn we op de eerste vastendag gaan zwemmen bij de Lahore International Association. De stad was uitgestorven. Op wegen waar het normaal gesproken vaststaat met verkeer, konden we nu gewoon doorrijden en bij winkelcentra waar het normaal helemaal vol staat met auto's en brommers was het angstaanjagend stil. Lahore leek wel een spookstad.

zaterdag 27 september 2008

Pakistan Christian Music Convention


Van 18 tot en met 21 september werd op de campus, precies achter ons appartement, de jaarlijks terugkerende Pakistan Christian Music Convention (PCMC) gehouden. Resha, de directrice van Adine's werk, zat in het organisatiecomité. Dat betekende dat alle stafleden van Dar-ul-Mussarat (DuM) vrijwillig verplicht waren om mee te helpen. Alle leraren kregen een paar weken voor aanvang een bonnenboekje mee. In dit bonnenboekje zaten 20 bonnen ter waarde van 20 roepie (circa 20 eurocent). Het was de bedoeling dat de leraren deze bonnen verkochten aan vrienden en familie. De opbrengst zou ten goede komen aan de PCMC. Daarnaast werd de leraren om een donatie van 400 roepie gevraagd. Bij alle leraren die weigerden om bonnen te verkopen, zou een bedrag van 400 roepie worden ingehouden op hun salaris...

Het is ook de bedoeling dat op de PCMC door Dar-ul-Mussarat een toneelstuk wordt opgevoerd. Dit toneelstuk zou elke dag van de PCMC worden opgevoerd. Al op één van Adine's eerste werkdagen werd Adine gevraagd om mee te spelen in het toneelstuk. Ze zou één van de belangrijkste rollen in het toneelstuk mogen vervullen: die van grote engel. Niemand had haar toen uitgelegd, dat het toneelstuk zou worden opgevoerd op de PCMC en dat daar elke dag ongeveer 1.000 tot 1.500 man op afkomen. Dat werd pas weken later duidelijk. Toen kon Adine al niet meer terug. Drie weken lang werd bijna elke werkdag het toneelstuk geoefend. Alia had van Resha de regie toegewezen gekregen, maar dat weerhield Resha er niet van om regelmatig te controleren of het toneelstuk wel door de beugel kon. Resha's eer stond natuurlijk wel op het spel.

Donderdag 18 september zou de Pakistan Christian Music Convention (PCMC) na weken van voorbereiding eindelijk beginnen. De organisatoren hadden een strakke planning in elkaar gezet. Om half zeven zou de PCMC beginnen en om acht uur stond Adine's toneelstuk op het progamma. Iedereen die in Pakistan is geweest is vroeg of laat wel tot de ontdekking gekomen dat een strakke planning in Pakistan een contradictio in terminis is. De PCMC begon dus om kwart over zeven. De PCMC stond de eerste dag geheel in het teken van Ernest Mall. Ernest heeft de laatste 14 jaar een belangrijke rol gespeeld in de organisatie van de Pakistan Christian Music Convention. Hij trad zelf ook veelvuldig op en heeft zelfs enkele hits achter zijn naam staan. In Nederland zullen maar weinig mensen hem kennen, want zijn liederen zijn allemaal in het Urdu en gaan zonder uitzondering over Christus. Helaas is Ernest Mall een aantal maanden geleden op veel te jonge leeftijd overleden. Op het podium was een groot portret van Ernest neergezet. De eerste uren van de PCMC werden gevuld met toespraken van iedereen uit het bisdom die zichzelf maar beetje belangrijk vindt. En naar goed Pakistaans gebruik tel je pas mee als je toespraak langer dan een kwartier duurt. Iedere spreker wilde in zijn toespraak op zijn of haar manier vertellen hoe goed hij Ernest Mall wel niet kende en hoe groot zijn bijdrage is geweest aan het christendom in Pakistan. Hij heeft de christenen in Pakistan weer eigenwaarde gegeven. Althans, we dachten dat er uit op te maken, want alles was in het Urdu. Het leek wel één grote uitvaartdienst.

Om tien uur was het eindelijk tijd voor Dar-ul-Mussarat om het toneelstuk op te voeren. Adine’s toneelstuk duurde ongeveer vijf minuten en het verhaal was vertederend simplistisch: het beeldde het leven uit van Ernest Mall. Hij en zijn gezin waren erg toegewijd aan God. Ze baden vaak en bij alles wat ze deden dankten ze God voor Zijn steun. Helaas kwamen de engelen hem halen. Maar omdat hij goed had geleefd, zou de grote engel, vertolkt door Adine, hem in het hiernamaals beschermen. Ondanks alle voorbereidingen verliep het optreden toch niet helemaal gesmeerd. Het ontbrak vooral aan synchronisatie en symmetrie. Het toneelstuk werd begeleid door een nummer van Ernest Mall. Meestal is het wel makkelijk om op de maat van de muziek te acteren, maar voor de leraren van DuM was dat toch te hoog gegrepen.

Op youtube is een gedeelte van het toneelstuk van Adine terug te zien ( http://www.youtube.com/watch?v=kTvdJa28WRA ).

woensdag 17 september 2008

Een paar woordjes Urdu


Even een paar basiswoorden Urdu die je als onze familie of vriend zeker in je vocabulaire dient op te nemen (we zullen jullie overhoren!):

Shalwar = een wijde broek met elastiek die elke vrouw draagt en de meerderheid van de mannen
Kameez = een lange blouse tot aan de knieën met inkepingen bij de heupen, wordt gedragen boven een shalwar
Dupatta = een heel brede en lange sjaal die vrouwen over hun kameez draperen, over de schouders en boezem. Strengere moslima’s in Pakistan gebruiken het als hoofddoek.

Roti = algemene term voor brood, dus ook toast
Chapati = rond plat brood, gemaakt van tarwebloem en water
Naan = een chapati, maar dan met sesamzaadjes erop
Paratha = gefrituurde chapati, meestal over van de vorige avond. Wordt gegeten bij het ontbijt of verpakt in een oude krant meegenomen als lunch. Het lijkt wat op een pannenkoek, maar smaakt anders en is een stuk vetter.
Doedh = melk
Dahi = yoghurt
Kela = banaan (Toms lievelingsfruit als hij ietsje honger heeft!)
Seeb = appel
Channa = kikkererwten die er zijn in wit en zwart. In Nederland kennen wij alleen de witte. De zwarte zien er uit als kapucijners.
Chawel = rijst
Mazzeddar (?) = lekker (?)

Riksha = brommertaxi; een blauwe is eenvoudig, smal en eigenlijk niet geschikt voor meer dan twee personen (maar dat wil in Pakistan zeggen dat er met gemak 4 mensen in kunnen), een groene is iets breder, luxer en heeft meer cc. Daar pas je gemakkelijk met z’n drieën achterin.

Salaam of assalaam aleikum = goedendag
Choedah hafez of Allah hafez = tot ziens (bij de gratie van God)

Succes met oefenen! Als je wilt weten hoe je het moet uitspreken, kun je ons bellen of skypen. Zie hiervoor rechts onze gegevens.
p.s.: we hebben ook een aantal fimpjes op youtube gezet. Het is de bedoeling dat we daar gedurende het jaar meer fimpjes op gaan zetten. Als je naar de volgende link surft, zie je al vast een voorproefje. http://www.youtube.com/watch?v=rhgTqzh5y_k