zaterdag 14 februari 2009

Verwanten dichterbij

Ja, hoor, wij zijn in Lahore (spreek uit Lahoor) en we kwamen onmiddellijk in een soort shock terecht. Na een zeer voorspoedige reis met prima vliegtuigen van Emirates werden we opgewacht door Adine en Tom en hun driver Youcoub; tranen van blijdschap en onpakistaanse omhelzingen! Zelf autorijden is echt niet aan de orde, hectiek en chaotisch verkeer alom, nauwelijks richtingborden en geen straatnaambordjes, dus gelukkig maar, dat er drivers beschikbaar zijn, die ons kunnen halen en brengen. Het straatbeeld is als in een donkere, krioelende, lawaaiige, stoffige, stinkende film, met als contrast hier en daar verse groenten, sinaasappels, aardbeien, kleurige vrouwenkleding en plotseling een moderne winkelpui. Wat je op straat bijna niet ziet is: baby’s, kinderwagens, gehandicapten of bejaarden. Blijkbaar blijven die binnen of achter de muren?

We zijn blij, dat we hier zijn en genieten van alles wat we meemaken: kleding, vriendschappen, gastvrijheid, voedsel (rather spicy), cultuur, kerkgang, Dar ul Mussarat en zelfs een toeristische trip naar het Fort uit 1566, de Badshahi moskee (1674) en het Lahore museum (1894). Op veel plekken zijn de invloeden van de Engelsen nog te zien. Hoogtepunten zijn de Shish Mahal (Palace of Mirrors), de “miniature paintings” en de Kalash- en Hunza-cultuur.

Dinsdag 10 februari zijn we om 8 uur aanwezig op Dar ul Mussarat bij de Devotion (ochtendwijding) en kennismaking met het team, geleid door Mrs. Resha (Principal of Dar ul Mussarat). Nadat we tijdens de dagopening met de kinderen onze tas met speel-leer-materiaal hebben overhandigd, gaan we de hele school door, we belanden tenslotte in de speechroom, waar Adine werkt en zien we hoe Amber en Aiyza worden voorbereid en ingewerkt door Adine. Heel indrukwekkend allemaal, zeker als je ziet, met welke middelen er gewerkt wordt. Ook autistische kinderen krijgen begeleiding/training. De problemen en vorderingen worden geobserveerd en geïnterpreteerd.

De Pakistaanse cultuur is zo anders dan de onze, dus is het heel moeilijk om de Westerse kennis over te brengen. Adine spant zich in om begrip te kweken voor wat de juiste manier van werken is met het beste resultaat voor de leerkracht en de kinderen. Wat in hun cultuur onbekend is, is b.v. zelfreflectie of in de toekomst denken, plannen. Zouden ze dat kunnen of willen leren en gebruiken? De stijl van leidinggeven is hier nog vooral orders geven en te weinig gericht op stimuleren en het ontwikkelen van nieuwe methoden. Het speel-leer-materiaal, zien we, komt al direct van pas. Na de lunch met de kinderen is om 14.00 uur de school leeg en stil.

We maken kennis met vele vrienden en ook met de Pakistaanse gastvrijheid: in één woord geweldig. We ontmoeten o.a. Bishop Samuel, Resha, Javed, Raheel, Reverend Jane, Alia, Raju, Didi, Sherry, Opa Daniel, Mehwish, Dr. Edgar, Erum, Corien, Kamar, Summer, Youcoub, vele collega’s van Adine en hebben onvergetelijke gesprekken. Adine en Tom doen geweldige ervaringen op en worden in het werk en in de contacten zeer gewaardeerd, dat zie je en dat zeggen velen ook tegen ons. We zijn blij, dat we deze reis ondernomen hebben en mogen nu ook delen in hun rijke ervaringen.

Het is deze week bijna Hollands voorjaarsweer, overwegend zonnig, zo’n 20 graden en twee dagen regen, waardoor de atmosfeer lekker opfrist. Nadat Adine terug is van school zitten we ’s middag heerlijk in de zon, lezen en bijpraten. Net als Adine en Tom, mag Inge prachtige kleding dragen, die op maat is gemaakt: een Shalwar kameez met dupatta, lila met zilver, precies wat bij haar past. Nanne beperkt zich tot een traditioneel hoofddeksel, de Kalashi-muts.

Nanne Groot en Inge Mol

zaterdag 7 februari 2009

Oudermiddag

Vorige week zaterdag was er een “parents meeting”, wat je kunt vergelijken met een Nederlandse ouderavond, maar dan op zaterdag en zonder tijdschema. Dan merk je hoe gestructureerd we in Nederland zijn (misschien wel iets te gestructureerd). In Nederland wordt er gewerkt met een duidelijk tijdschema: die tijd bij docent X, dan pauze van 5 minuten en daarna bij docent Y. Hier gaat het door elkaar en moeten ouders op hun beurt wachten. En het zou Pakistan niet zijn als er geen ouders zijn die willen voordringen! Om te illustreren wat we in de logopedieruimte doen, had ik samen met Tom een video-opname gemaakt die ik heb laten zien in het algemene inleidende gedeelte. De video bestond uit drie delen. Eén deel waarbij Aiyza een kind behandelt met articulatieproblemen, één deel waarbij Amber met een kind werkt met het plaatjessysteem (met mij als schaduwtrainer) en één deel waarin ikzelf een kind onderzoek met betrekking tot eet- en drinkproblemen. Aiyza en Amber vertelden in het Urdu erbij wat er gebeurde, waardoor ik ook kon horen, voor zover mijn Urdu toereikend is, of zij het zelf goed begrepen hebben.

In onze logopedieruimte was het erg druk met ouders. De ouders vonden het erg interessant en kwamen na het algemene gedeelte bijna allemaal langs in ons lokaal. Zelfs ouders van kinderen voor wie logopedie niet nodig of haalbaar is, kwamen om hulp vragen. Dat is natuurlijk niet zo gek. Ik zou mijn kind ook graag alle mogelijkheden willen bieden, helemaal als er iemand met nieuwe kennis vanuit een ander land op bezoek komt. Je wil toch alle kansen aangrijpen. Veel mensen denken hier dat ik een dokter ben en dat ik de kinderen ook echt kan genezen. Ouders hebben eens gevraagd of ik geen therapie wist zodat hun zoon normaal wordt. Ze dachten dat er in Duitsland een dergelijke therapie van een halfjaar was ontwikkeld. Toen heb ik heel subtiel geprobeerd duidelijk te maken dat dit niet mogelijk is. Het lastige is dat alles in perspectief moet worden gezien. Een kind met een ontwikkelingsleeftijd van nog geen jaar, kun je niet leren spreken. Dat kan een “normaal” kind van die leeftijd ook niet. En de articulatie van een kind van drie is nog verre van perfect, dus kun je dat ook niet verwachten van iemand met een ontwikkelingsleeftijd van drie jaar. Maar het is hard om dat te zeggen tegen ouders. Dat doe ik dus ook niet met mijn Nederlandse directheid. Zeker niet in Pakistan waar nee zeggen veel lastiger is dan bij ons in Nederland. Wat je wel kunt zeggen is “dat het heel moeilijk is”. Subtiliteit met vlijt!

Het gaat me steeds beter af om alles in perspectief te zien. In het begin had ik nog wel eens moeite met het niveau van mijn collega's van Dar-ul-Mussarat. Het hele doen en laten kwam me soms erg amateuristisch over. Het leek alsof over weinig zaken was nagedacht en dat leerkrachten maar wat deden. Wat voor mij logisch leek, bleek voor leerkrachten niet zo te zijn. Ik had de drang om elke "misstand" op te pakken, ook al had het niet zo veel met logopedie te maken. Als we er over nadenken is het eigenlijk ook logisch dat er in Pakistan een achterstand is op het gebied van gehandicaptenzorg. Zo is er de laatste vijftig jaar in Nederland een enorme expertise opgebouwd. Instellingen en scholen worden betaald door de overheid en er worden op diverse niveaus opleidingen aangeboden, zoals SPW, Activiteitenbegeleiding, SPH en paramedische opleidingen als Logopedie en Fysiotherapie. In Nederland zijn er heel weinig mensen in de gehandicaptenzorg werkzaam die niet geschoold zijn. Daarnaast wordt medewerkers ook regelmatig bijscholing aangeboden. Toch heeft deze kennis in Nederland ook zijn keerzijde. Om de zoveel tijd worden er weer nieuwe concepten voor de gehandicaptenzorg bedacht, waar massaal op moet worden overgeschakeld. Zo is het laatste decennium de bedoeling dat gehandicapten meer geïntegreerd dienen te worden in de maatschappij. Grote terreinen zoals in Ottersum zijn taboe en de mensen moeten weer in de wijk gaan wonen.

Dar-ul-Mussarat heeft al die Nederlandse mogelijkheden niet. Alle scholen voor gehandicapten zijn gesticht vanuit een particulier initiatief. De overheid draagt niks bij aan de school. DuM moet het dus hebben van schoolgeld dat door de ouders wordt betaald en andere financieringsbronnen. Zo gaat een gedeelte van het geld dat wordt opgehaald via St. Peter's High School naar Dar-ul-Mussarat. Door het constante gebrek aan geld, is het voor Dar-ul-Mussarat ook niet mogelijk om goed geschoolde leerkrachten te werven. Deze zijn eenvoudigweg te duur. Ik ben ook gaan beseffen, dat ik niet in een jaar tijd Dar-ul-Mussarat op het niveau van Nederland kan krijgen. Ik kan echter wel mijn steentje bijdragen door Aiyza en Amber tot junior-logopedist op te leiden.

zaterdag 24 januari 2009

De Pakistaanse bruid

We hadden er veel over gehoord en vorige week was het eindelijk zo ver: onze eerste Pakistaanse bruiloft. Wahid, een collega van Adine, zou in het huwelijk treden met een zus van Khurum, een andere collega van Adine. Hoezo kleine wereld? Een Pakistaanse bruiloft is net iets anders dan de doorsnee Nederlandse bruiloft. De Pakistaanse bruiloft beslaat in totaal vier dagen en zit boordevol met tradities. Te veel om allemaal op te noemen. Zo schrijven de tradities onder andere voor wat voor kleur jurk de bruid bij een bepaalde ceremonie aan dient te trekken.

Rond kerstmis zijn we op bezoek geweest bij verschillende families om gezellig met hun te dineren en christmas carols te zingen. Meestal kwam dan ook na een tijdje het trouwalbum op tafel. Op al die foto’s die we bekeken viel ons op dat de bruid er meestal niet echt vrolijk op stond. Volgens Jane, onze buurvrouw die al wat jaren in Pakistan woont, is dat ook niet zo verwonderlijk. De meeste huwelijken in Pakistan zijn gearrangeerd. Dat betekent dat de families van de bruid en bruidegom met elkaar het huwelijk overeenkomen. Het komt regelmatig voor dat de bruid en bruidegom elkaar alleen maar kennen van een foto. Daarnaast betekent een huwelijk voor de bruid dat ze haar huis en familie zal gaan verlaten. Ze zal als het ware een nieuw leven beginnen, waarbij ze nog niet weet wat dit nieuwe leven in petto heeft. In Pakistan is het normaal om met de hele familie in één huis te wonen. Daarbij is het de gewoonte dat de zonen na hun huwelijk thuis blijven wonen. In dit huis krijgen de bruid en bruidegom wel een eigen kamer. Is het huis te klein geworden, dan wordt er gewoon een verdieping opgebouwd. De bruid komt dus te wonen in een omgeving waar haar schoonmoeder de dienst uitmaakt. Zij heeft maar te gehoorzamen aan de nukken van de schoonmoeder (net zoals de schoonmoeder toen zij jong was haar schoonmoeder moest gehoorzamen). Totdat de bruid haar eerste zoon heeft gebaard, zal ze binnen het huishouden weinig in te brengen hebben.

Op zaterdag gingen we met een groepje collega’s van Adine naar Wahids bruiloft. Deze dag stond in het teken van de mehndi. Dit ritueel vindt over het algemeen op de tweede dag van een huwelijk plaats. Tijdens de mehndi wordt henna aangebracht op de handen van de bruid en de bruidegom. We vonden het best spannend, want we wisten niet zo goed wat we moesten verwachten. We hadden niet overal positieve verhalen gehoord over Pakistaanse bruiloften. Van diverse kanten hadden we gehoord, dat de bruiloften vooral saai zijn en dat het grootste gedeelte bestaat uit wachten. Zo waren Raju en Ijaz een keer naar een bruiloft gegaan, waarbij de bruidegom niet om vier uur arriveerde, zoals op de uitnodiging stond, maar pas om tien uur! Jane had ons zelfs een keer aangeraden om een boek mee te nemen. Toen we dat laatste tegen onze vrienden zeiden, moesten ze wel lachen. Ze verzekerden ons dat dit niet nodig zou zijn.

Om tien uur kwamen we aan bij de straat waar Wahid woont. De straat, ongeveer 5 meter breed, was met zeildoek overspannen en zo veranderd in een lange partytent. De ene helft bestond uit een podium met daarvoor stoelen en de andere helft stond vol met huwelijkscadeaus. Zo stond er een complete uitzet met bed en kasten, die qua vormgeving, materiaalgebruik en kleurcombinatie niet helemaal onze smaak waren. We hopen dat de bruid en bruidegom er wel een stem in hebben gehad, want daar zitten ze de komende vijfentwintig jaar (of langer) wel aan vast. Eerst werden we uitgenodigd bij de familie van Wahid. Het viel ons op dat er al diverse huwelijksfoto’s aan de muur hingen. Via via kregen we te horen dat het eerste deel van de bruiloft vorig jaar al had plaatsgevonden. Uit geldgebrek werd nu pas de rest van de bruiloft gehouden. Na een drankje en het uitwisselen van beleefdheden was het de beurt om op bezoek te gaan bij de familie van de bruid. Dat waren “toevallig” de buren van Wahid, wat op zich wel handig was. Ook nemen we aan dat de bruid en bruidegom elkaar dus ook beter kennen, dan bij een standaard gearrangeerd huwelijk. In het huis van de bruid werden we door Khurum, collega van Adine, en zijn familie ontvangen. De bruid was nog niet aanwezig, maar een half uur later kwam ze ons in haar gele jurk, zoals de traditie voorschrijft, gezelschap houden. Gezelschap is een groot woord, want ze zat het grootste gedeelte van de tijd met haar hoofd naar beneden alsof ze zat te wachten om veroordeeld te worden (of hoort dat ook?). Ondertussen hadden we van de gastheer wat te eten, kip met rijst en naan, en drinken gekregen. Toen het eten was genuttigd, was het tijd om weer naar de buren te gaan. Ook daar kregen we wat te eten, kip met rijst en naan (hoe origineel), en te drinken. Dit alles nam ruim twee uur in beslag en om kwart over twaalf was er in feite nog niks gebeurd. Adine polste voorzichtig wanneer de ceremonie nu eigenlijk zou beginnen. Ons werd verteld dat pas om twee uur ’s nachts zou beginnen en dat het geheel om vijf uur zou zijn afgelopen. Adine’s collega’s en wij hadden geen energie meer om daar op te wachten en zijn vervolgens maar weer naar huis gegaan. Ondanks dat we weinig van de mehndi hebben meegemaakt, was het voor ons een hele ervaring, die we niet hadden willen missen. Toch hopen we dat we nog een keer de kans krijgen om wat meer van de Pakistaanse huwelijkstradities mee te krijgen.

Voor meer info over een traditionele Pakistaanse bruiloft klik hier

dinsdag 13 januari 2009

Vakantie

Na alle hectiek van de afgelopen maanden, waarbij de week voor kerst het toppunt was, waren we er wel aan toe: vakantie. We hadden het ticket naar Bangkok bijna drie maanden geleden geboekt, maar vanwege alle visumperikelen (zie vorige posting) wisten we pas een aantal dagen van te voren dat we ook daadwerkelijk op vakantie zouden gaan. Ondanks dat we ons in Lahore steeds beter ingeburgerd voelen, hadden we ook even behoefte om in een andere en rustige omgeving alle indrukken van de laatste maanden te verwerken en ons zodoende op te laden voor de tweede helft van onze uitzending. De twee weken vakantie in Thailand en Cambodja heeft aan de bovenstaande verwachtingen ruimschoots voldaan.


De eerste twee nachten verbleven we in Bangkok in een drie sterren hotel. We hadden een gewone kamer geboekt, maar we werden geüpgrade naar een hotelkamer met het formaat van een flink appartement. Tom, die altijd wel iets te zeuren wil hebben, vond alleen de kussens iets aan de te forse kant. Het hotel bleek gelegen in een wijk met een hoop andere hotels voor westerlingen, zoals het Marriott. De keerzijde van de aanwezigheid van deze hotels was te zien in het straatbeeld. Regelmatig liepen er oude westerse mannen met aan hun zijde een jonge Thaise deerne voorbij. Ook waren er verschillende bars in de buurt, waar de om een praatje verlegen westerling een luisterend oor van een Thaise vrouw kon vinden. Na een goede nacht hebben we in één dag Bangkok verkend. Eerst per skytrain, een metro maar dan vijftien meter boven de grond, en daarna per boot. Niet ver van de plek waar we uit de boot zijn gestapt, bezochten we de beroemde tempel Wat Pho met een liggende Boeddha van ruim vijftig meter lang. Alvorens de taxi ons weer terugbracht naar ons hotel, hebben we nog een bezoek gebracht aan Khao San Road. Dit was eens het centrum voor backpackers in Bangkok, maar is de laatste jaren veranderd in een dertien in een dozijn toeristenstraat die je in veel badplaatsen over de gehele wereld aantreft. Het enige verschil is, dat Bangkok geen badplaats is. Vanzelfsprekend wordt op Khao San Road ook veel toeristenmeuk verkocht. We hielden onze aankopen bescheiden en kochten alleen een ketting voor Adine. ’s Avonds hebben we ons in het hotel vermaakt met het kijken van een aflevering van Midsomer Murders op Hallmark channel.

’s Maandags zijn we afgereisd naar Siem Reap in Cambodja. Rond Siem Reap zijn de beroemde tempels van Angkor te vinden. Vanaf Bangkok is dat een afstand van nog geen 500 kilometer, maar omdat we een grens moesten oversteken en de wegen in Cambodja van mindere kwaliteit zijn, besloten we om deze reis in tweeën te knippen. Dat gaf ons de ruimte om op maandag nog lekker uit te slapen en tegen de middag af te reizen naar Aranya Prathet aan de Cambodjaanse grens. Daar hebben we overnacht in een guesthouse, waar Tom vijf jaar geleden ook had overnacht. Het geheel deed wel een stuk armoediger aan dan Tom zich kon herinneren. Dat kan twee dingen betekenen: de afgelopen vijf jaar is er geen onderhoud gepleegd aan het guesthouse of Tom wordt ook ouder en is gewend geraakt aan meer comfort. Waarschijnlijk zijn allebei de stellingen waar. De dag daarna zijn we vroeg opgestaan en nog voor negenen de grens overgestoken. Dat had als voordeel dat we de toeristenhorden, die over het algemeen uit Bangkok komen, voor waren, maar had als nadeel dat er niemand was die met ons een taxi naar Siem Reap kon delen. De bus was geen optie, want die zou pas om half twee vertrekken. Die wacht namelijk wel op de toeristenhorden. Er zat voor ons niks anders op dan voor 50 dollar een taxi te nemen. De weg naar Siem Reap was inderdaad slecht en was één grote bouwput. Desondanks wisten we de 150 kilometer in minder dan drie uur af te leggen.

Eenmaal in Siem Reap werden we per tuktuk, in Cambodja een brommer met aanhanger, van het ene hotel naar het andere gesleurd. Vanwege hoogseizoen zaten veel hotels vol of hadden nog slechts nog één slechte kamer over. Uiteindelijk vonden we een hotel niet ver van het kleine doch gezellige centrum van Siem Reap. De kosten lagen wel wat hoger, dan wat Tom vijf jaar geleden had betaald, maar we hadden dan wel goede bedden, airconditioner én een televisie met bvn (beste van Vlaanderen en Nederland)! Vier en een halve dag hebben we ons in Siem Reap vermaakt met het bezichtigen van de tempels van Angkor per fiets (á 1 dollar per dag), uit eten en het kijken van bvn. We hebben met een vleugje nostalgie gekeken naar programma’s als Memories, Youps oudejaars conference, Andere tijden met 100 jaar Elfstedentocht, Journaal jaaroverzicht, Vijf jaar later met onze vriend Mart Smeets, Samson en Gert, het Olympisch overzicht en natuurlijk het Journaal. Helaas hebben we de aflevering van het Journaal met daarin zwager Marthijn als spreekbuis van de KNSB gemist. Nieuwjaar hebben we sobertjes onder het genot van een glaasje wijn in het hotel gevierd. Een paar honderd meter verderop werd in pubstreet (een straat met een hoop cafés en restaurants) een groot openlucht nieuwjaarsfeest gehouden, maar we hadden allebei niet echt behoefte aan een mensenmassa.

De tempels waren indrukwekkend, maar na drie dagen waren we wel een beetje tempelmoe geworden. De laatste dag zijn we daarom de andere kant, richting het drijvende dorp bij het Tonlé Sap meer, opgefietst. Eenmaal bij het drijvende dorp aangekomen brak Toms ketting, die voor 1 dollar door een paar omstanders weer provisorisch in elkaar werd gezet. Goed genoeg om zonder brokken Siem Reap weer te bereiken. We hebben erg genoten van Cambodja, maar we voelden ons soms wel als een natte dweil die tot op de laatste dollar (in Siem Reap moet alles betaald worden met dollars) uitgewrongen diende te worden. Zo konden we nauwelijks over straat lopen, zonder dat ons om de paar meter “gevraagd” werd of we een tuktuk wilden. Een t-shirt met daarop de tekst No, I don’t need a tuktuk/taxi/riksha! waarbij de tekst veranderd kan worden in Yes, I do need a tuktuk/taxi/riksha! via een ingenieus systeem met een drukknop of rits, lijkt ons een gat in de markt.

Na vijf dagen Cambodja verplaatsten we ons naar het eiland Ko Chang in Thailand. Om tijdens deze reis wederom de toeristenhorden te ontlopen, besloten we de reis te verdelen over twee dagen. Het voordeel hiervan was dat we nog voor de middag op Ko Chang aankwamen. Lukraak kozen we een plaats om vier dagen op en bij het strand te relaxen. Een tot minibus omgebouwde pick-up bracht ons naar het pittoreske Kai Bae Beach. Het eerste resort zat vol, dat krijg je er van als je in het hoogseizoen reist, maar het naastgelegen resort had nog wel een bungalowtje vrij. De bungalow zelf stelde niet zo veel voor en had een naar onze smaak iets te hard matras. De ligging op twintig meter van een rustig strand maakte echter veel goed. Hier geen bvn op de televisie, maar dit compenseerden we door elke avond te relaxen op het strand met een flinke fles bier voor Tom en een watertje voor Adine. Daarbij werden we gezelschap gehouden door de honden van het hotel. Opvallend in Cambodja en Thailand waren de overal aanwezige honden. In Pakistan zie je niet zo veel honden, omdat moslims ze onrein vinden. In Cambodja en Thailand worden honden gehouden zoals wij in Nederland katten houden: van de baasjes mogen ze overal vrij rondlopen. Adine, die niet zo van honden houdt, had daar in het begin wel moeite mee.


Naast het op het strand hangen vermaakten we ons op Ko Chang met kanoën, lieten we ons masseren en gingen we een dag de jungle in. Onder leiding van een gids, die onverstaanbaar Engels praatte (fly ly = fried rice), beklommen we één van de hoogste bergen van Ko Chang. Het pad was flink steil en Adine keek wel een beetje op tegen de afdaling. De top bleek een beetje tegen te vallen, want het uitzicht werd ontnomen door het rijkelijk aanwezige struikgewas. Enkele dapperen, waaronder Tom, klommen in een kleine boom om alsnog van het uitzicht te kunnen genieten. Na geluncht te hebben, de gids had voor tien man lunchpakketten (fly ly with chicken) meegenomen, begonnen we aan de afdaling. Deze viel enorm mee, want al slingerend van de ene boom naar de andere en ook af en toe een liaan meepikkend overwonnen we met speels gemak de steile stukken. De gids nam ons nog mee naar een waterval, maar die bleek minder spectaculair dan hij had omschreven. Vanwege het droogseizoen was de waterval geslonken tot een uit de kluiten gewassen waterstraal. Het loonde in ieder geval niet de moeite om de zwemkleren aan te trekken.

De laatste twee dagen van onze vakantie stonden in het teken van de terugreis naar Pakistan. Alles liep op rolletjes, totdat we wilden inchecken voor onze vlucht naar Lahore. We konden op de vertrekborden nergens onze vlucht vinden. We meldden ons bij het kantoor van Thai Airlines. Daar vertelden ze ons dat de dienstregeling naar Lahore wegens een gebrek aan passagiers was uitgedund. We hadden een aantal dagen voordat we naar Thailand vlogen nog met de reisagent gebeld. Hij zei dat hij onze vluchten had bevestigd, maar klaarblijkelijk had hij zijn taak verzaakt. Als hij dat namelijk wel had gedaan, wist hij ook dat onze vlucht was komen te vervallen. Uiteindelijk werd ons ticket omgezet en vlogen we via Chennai, waar we een tussenlanding maakten, en Dubai naar Lahore. In Dubai moesten we vijf uur wachten, waarbij we om de tijd te doden ons hebben vermaakt met shoppen. Ondanks de tegenslag op het einde, kunnen we toch spreken van een geslaagde vakantie.

vrijdag 26 december 2008

Visumperikelen

Je hebt van die weken dat je alle stadia van je emoties ondergaat. Van woede naar verdriet tot vreugde. De afgelopen week was zo’n week. Aanleiding: verlenging van ons visum. Eind september had dit onderwerp ook al op de agenda gestaan. Toen konden we nog redelijk makkelijk ons toeristenvisum met drie maanden verlengen. Deze verlenging zou op 3 januari aflopen. Voor de maanden na 3 januari zou het bisdom proberen om een werkvisum te regelen. De aanvraag van dit visum ging voorspoedig, totdat begin november de eerste kink in de kabel kwam. Tom kon als niet-werkende partner geen werkvisum krijgen. Als het andersom zou zijn, dan was er geen probleem. Een typisch staaltje van een Pakistaans vooroordeel: de man hoort de hoofdkostwinner te zijn. De emancipatie staat in Pakistan dus nog in de kinderschoenen. Hierop werd door het bisdom geanticipeerd door Tom een functie toe te wijzen als bijzonder medewerker van het onderwijsdepartement.

Een tijd lang hoorden we niks meer over de aanvraag van ons werkvisum. De laatste weken kregen we echter steeds meer het vermoeden, dat de aanvraag was vastgelopen. Zo werd begin december er ineens gesproken over de komst van een vriend van de bisschop. De betreffende man, Collin Kamran Dost (dost is vriend in het Urdu), bekleedt een hoge functie binnen de regering van de provincie Sindh waarvan Karachi de hoofdstad is. Het was de bedoeling dat hij vanuit Karachi naar Lahore zou komen en dat hij samen met de bisschop naar Islamabad zou rijden. Daar zouden ze proberen om een vriend van Collin Kamran Dost dusdanig te bewerken, dat hij bereid zou zijn om ons een nieuw visum te geven. In eerste instantie zou Collin al begin december komen. Dit ging niet door vanwege etnische spanningen in Karachi. Daarna zou Collin half december komen. Dit bezoek ging vervolgens ook niet door, omdat zijn contactpersoon in Islamabad weg was vanwege de Hadj.


Naarmate de dagen voortschreden en er geen nieuws op het visumfront was, kregen we het steeds benauwder. Wij hadden namelijk een vliegticket naar Bangkok geboekt voor de 27ste december. We hadden dit ticket gekocht op aanraden van het bisdom. Ons was namelijk verteld dat een werkvisum namelijk afgestempeld moest worden bij een Pakistaanse ambassade in het buitenland. We hadden gekozen voor Bangkok, zodat we er een vakantie aan vast konden plakken. Een week voor ons vertrek was er nog steeds geen nieuws op het visumfront. Onderhuids was de onzekerheid aan het broeien. Er waren meer vragen dan antwoorden. Zou het lukken om voor de 27ste een visum te krijgen? Zouden we met dit visum op vakantie kunnen gaan naar Thailand? Zouden we terug moeten naar Nederland om daar het visum op te halen? Wat als we helemaal geen nieuw visum zouden krijgen? We vreesden voor het doemscenario dat we op het allerlaatste moment een ticket naar Nederland zouden moeten boeken met achterlating van onze spullen, zonder te weten of we in Nederland überhaupt een nieuw visum zouden kunnen bemachtigen. Op zaterdag tijdens de kerstlunch van het bisdom kwam deze onzekerheid tot een apotheose in een informeel gesprek met de bisschop. Adine barstte in tranen uit. De bisschop was er even stil van en kon niet aan alle onzekerheid een eind maken. Maar hij beloofde maandag naar Islamabad te rijden en ons mee te nemen.

Maandag 22 december reden we in de Toyota Land Cruiser Prado van de bisschop naar Islamabad. Een ritje van 375 kilometer enkele reis. Om kwart voor acht reden we weg om rond half twaalf in Islamabad aan te komen. Daar pikten we degene op die ons werkvisum had proberen te regelen en samen reden we naar het ministerie van binnenlandse zaken. Collin Kamran Dost had inmiddels met zijn vriend daar gebeld en wij konden om half twee bij die vriend terecht. Geheel op zijn Pakistaans waren we natuurlijk een kwartier te laat. Door alle veiligheidsmaatregelen in Islamabad, waren een aantal wegen afgezet en moesten we omrijden. De omweg bracht ons wel langs het Marroitt hotel, waar nog een hoop puin lag van de bomaanslag van afgelopen september.
We werden door de vriend van Collin hartelijk onthaald. We kregen thee aangeboden en er werd typisch Pakistaans over van alles gebabbeld (onder andere over het matige onderwijsniveau van de jeugd van tegenwoordig), behalve over waarvoor we naar Islamabad waren gekomen. In het kwartier dat we bij hem op kantoor zaten, werden daar in totaal twee minuten aan vuilgemaakt. Het spel werd gespeeld zoals het hoort onder hoogwaardigheidsbekleders. De bisschop schetste het probleem en de bureaucraat reikte de oplossing aan. Hij wees de bisschop nog wel even terecht, door te stellen dat wij eigenlijk een werkvisum hadden moeten aanvragen. Zoals het hoort nam de bisschop hiervoor zijn verantwoordelijkheid. Subtiel gaf de bisschop vervolgens aan dat we graag op vakantie naar Thailand zouden gaan. De bureaucraat was ook de slechtste niet en gaf ons een multiple entry visum. Het laatste woord was echter aan de bureaucraat. De bisschop vroeg een nieuw visum voor de duur van acht maanden, maar we kregen slechts zes maanden. Hierna was alles voor elkaar. De assistenten van de bureaucraat typten voor ons een brief, die wij weer konden afgeven bij het paspoortkantoor in Lahore. Na afscheid te hebben genomen en de bureaucraat uitgebreid te hebben bedankt konden we weer richting Lahore.

De dag daarna zijn we naar het paspoortkantoor gegaan om ons nieuw visum op te halen. De ambtenaren keken wel een beetje op toen ze ons weer binnen zagen komen. Ze herkenden ons nog van de keer dat we er waren om ons eerste visum te verlengen. Raheel had toen nog over ons werk verteld. Normaal gesproken kan een visum slechts één keer worden verlengd en ze waren dan ook zeer onder de indruk van de brief die we bij ons hadden. De bijzonderheid van dit alles bleek onder andere uit het feit, dat ze geen flauw idee hadden welk tarief ze moesten vragen. Ze hadden in ieder geval het beste met ons voor en gingen meteen voor ons aan de slag. Nog dezelfde dag was ons visum gereed. Normaal gesproken duurt de verwerking van een verlenging visum een aantal dagen. Pas toen het visum eindelijk in ons paspoort was gestempeld kwam de echte ontlading. Niks kon nog mis gaan. Nadat we met de ambtenaren van het paspoortkantoor hadden gepraat, beseften we hoe belangrijk de inzet van de bisschop in dit alles is geweest. Zonder bisschop hadden we zeer waarschijnlijk begin januari in het vliegtuig naar Nederland gezeten. Er was een gerede kans dat dit een enkele reis zou zijn geweest. We zijn de bisschop dan ook heel dankbaar voor zijn inspanning.

Vanaf 27 december zijn we twee weken op vakantie in Thailand. Op 11 januari beginnen we aan de tweede helft van onze uitzending. We wensen iedereen nog prettige feestdagen en een gelukkig nieuwjaar.

dinsdag 16 december 2008

Hogere kerstsferen

Als je bij ons over de campus loopt dan hoor je vandaag de dag uit alle hoeken en gaten Christmas carols. Zelfs de allerkleinsten moeten er aan geloven. Zodoende wordt Tom de laatste dagen elke dag wakker met:(een wijsje) Hark! the herald angels sing, Away in a manger, O little town of Bethlehem, Ding dong merrily on high en als klap op de vuurpijl Silent night, holy night. De carols zijn onderdeel van de Christmas plays waar de scholen op de campus druk mee bezig zijn. Zo is vandaag de premiére van de Christmas play 2008 van St. Peter's High School. Dan mogen de ouders, vrienden en kennissen van de leerlingen komen kijken. Morgen is er nog een uitvoering, maar dan voor belangrijke gasten, zoals wij. Hoofdgast is de minister van minderheidszaken. Dat belooft weer net zo'n spektakel te worden als toen de vrouw van de premier op bezoek kwam bij de play van DuM(zie posting van 25 november).

Op 1 december is kerst 2008 losgebarsten met een internationale carol service in de Bishop Azariah Hall in St. Peter's High School. Deze carol service was georganiseerd door de Bishop Rockey Chapel, waar wij sinds eind augustus bijna elke zondag naar de kerk gaan. De Bishop Rockey Chapel is een kleine Engelstalige congregatie, met elke zondag tussen de 25 en 50 kerkgangers. De basis van de congregatie wordt gevormd door niet meer dan tien gezinnen, inclusief ons gezin. We gaan niet zozeer voor God naar de kerk, maar meer voor de sociale contacten. Door de kleinschaligheid van de kerk, leg je die al snel. Na de kerkdienst is er tijd voor thee om even met elkaar na te praten. Daarnaast speelt Adine elke zondag in de kerk op haar altviool. Ook zijn we aan aantal keren meegeweest naar de youth meeting. Van te voren wordt er eerst een uur gevoetbald, waarna onder bezielende leiding van Raheel (inmiddels een goede vriend) een thema wordt besproken.



De internationale carol service wordt vooral getrokken door Jane, dominee van de Bishop Rockey Chapel en onze buurvrouw. Ze wist de helft van de wekelijkse kerkgangers van de Bishop Rockey Chapel, waaronder Adine, te mobiliseren voor het koor. Daarnaast sprak ze haar internationale kennissenkring aan of zij niet iets wilde doen tijdens de dienst. Zo vroeg ze Tom om een stuk uit de bijbel voor te lezen in het Nederlands. Anderen werden gevraagd om een christmas carol te zingen in hun moedertaal. De lijst van mensen die iets deden was indrukwekkend. Zo werden er bijbelteksten voorgelezen in het Nederlands, Arabisch, klassiek Grieks, Italiaans, Koreaans, Noors, Maltees en Nigeriaans. Daarnaast werden er naast de Engelstalige carols, liederen gezongen in het Zweeds, Tagolog (Philipijnen), Indonesisch en Punjabi.



Naarmate kerstmis dichterbij komt, wordt onze agenda steeds voller. Zo zijn we vorige week met Jane op bezoek geweest bij een gezin van de Bishop Rockey Chapel voor een worship and dinner. Ook hier konden we er niet aan ontkomen om enkele Christmas carols te zingen. Deze week staat natuurlijk de Christmas play van St. Peter's High School op het programma, maar ook een Christams play bij een school voor gehandicapte kinderen in Johannabad, een worship and dinner met Jane bij Kamar en Summer (vrienden van ons) en het Christmas program bij het christelijke ziekenhuis. Volgende week is de agenda elke dag gevuld.

zaterdag 6 december 2008

Een dagje naar het platteland

Vorige week werden we verrast door een bezoek van Aart Verburg. Aart werkt bij het Hendrik Kraemer Instituut (HKI) en heeft ons in het voorjaar drie weken lang getraind voor onze uitzending. Aart kwam in het kader van het Living Letters programma van de World Council of Churches (WCC). Kort samengevat is het doel van dit programma het tonen van solidariteit met kerken in conflictgebieden. Daartoe worden kerken in diverse conflictgebieden bezocht. Niet met een enorme delegatie van bobo's, maar juist met een klein gezelschap. Naast Aart bestond het gezelschap uit een Armeniër, Amerikaanse, Zweed, Singalees en een Pakistaan die in Amerika woont. Eigenlijk zou Aart niet komen, maar omdat iemand vanwege privéomstandigheden had afgezegd, was Aart alsnog gevraagd. Hij had namelijk in mei van dit jaar vanwege hetzelfde programma Lahore al bezocht.

De bisschop was de gastheer van de delegatie van de WCC en had een intensief programma in elkaar gedraaid. Hierdoor waren er voor Aart min of meer geen mogelijkheden om een keer met ons mee te eten. Om dit te compenseren had Aart voorgesteld om een dag met de delegatie mee te gaan. Ze waren toch maar met zes man en in het busje konden makkelijk twee mensen extra mee. Er was nog wel één probleem: Adine moest wel een dag vrij vragen van haar werk. Aart, bekend met culturen in ontwikkelingslanden, pakte het slim aan. Hij vroeg eerst aan de bisschop of wij mee konden. De bisschop vond het goed, maar Adine moest het nog wel aan Resha vragen. Resha kon vervolgens niet meer weigeren, omdat de bisschop het al goed had gevonden. Het kwam eigenlijk wel uit. Adine had niet veel te doen, omdat Amber, de collega die ze moet opleiden tot logopedist, al de hele week ziek was.



Eerst brachten we een bezoek aan een mensenrechtencommissie. Daar werden we bijgepraat over de discriminatie van minderheden door de regering. Vooral de sekte van de Ahmadi's heeft het daarbij zwaar te verduren. Ze zijn voortgekomen uit de Islam, maar zij mogen zich van de regering geen moslim noemen. Als ze dat wel doen zijn ze strafbaar bezig. Sterker nog: als ze salaam aleikum (vrede zij met u) zeggen, kunnen ze al worden aangeklaagd. Daarnaast zijn er natuurlijk ook nog de blasfemiewetten. Volgens deze wetten is Godslastering strafbaar. Het gaat zelfs zo ver, dat als je Mohammed onteert je de doodstraf kunt krijgen. Je kunt fitna hier dus beter niet gaan uitdelen op straat... Het probleem van de blasfemiewetten is dat er misbruik van wordt gemaakt voor eigen gewin. Een valse bekentenis is al snel gevonden. Het zijn overigens niet alleen de minderheden, zoals christenen, die te lijden hebben onder deze wetten. De wetten met een dubieuze reputatie zijn bijna allemaal ingevoerd door dictators. Democratische regeringen hebben vervolgens te weinig macht (of wil) om deze wetten ongedaan te maken.



Na het bezoek aan de mensenrechtencommissie ging het richting het platteland. We gingen naar een dorp waar een kerk in aanbouw was. De onderbouw was al bijna af, maar er moest nog een dak op. Ga je naar het platteland, dan ga je ook terug in de tijd. Je hebt niet veel voorstellingsvermogen nodig om Nederland 150 jaar geleden voor te stellen. Je hoeft alleen maar de brommers weg te denken. Na even bij de kerk in aanbouw en aangrenzende boerderij rondgekeken te hebben, werd er voor de kerk voor ons een klein programma opgevoerd. We werden omhangen met bloemenkransen, drie meiden deden een dansje, de bisschop hield een toespraak en beloofde het dak van de kerk te betalen, psalm 25 werd gezongen, father Michael uit Armenië vertelde een verhaal, Shanta uit Sri Lanka vertelde een verhaal, Aart leerde de kinderen een liedje en er werd natuurlijk gebeden.



Na afloop van het programma werden we uitgenodigd om thee te drinken bij een familie tegenover de kerk. De goede man was ongeveer 45, zijn echte leeftijd wist hij niet, en had 12 kinderen. Zes zonen en zes dochters. Hij werkt al vanaf zijn achtste bij de baksteenfabriek. Volgens de bisschop de oudste industrie ter wereld. Deze industrie staat niet bekend om zijn innovatie en goede arbeidsomstandigheden. Het gaat er bij veel steenfabrieken er nog aan toe als duizenden jaren geleden: bijna alles gaat met de hand. Daarbij hebben werknemers ook geen rechten. Ze krijgen betaald voor het werk wat ze leveren. Zijn ze ziek dan hebben ze pech. Ook hebben de meeste werknemers schulden bij hun baas. Ze verdienen te weinig om grote investeringen, zoals een bruiloft van een kind, te kunnen bekostigen. De eigenaar van een steenfabriek leent graag geld aan hun uit, want dan zijn ze gebonden aan de fabriek. Sommigen noemen deze praktijk ook wel moderne slavernij. Later op de middag brachten we ook nog een bezoek aan de steenfabriek.

Adine had niet veel tijd om te genieten van de thee. Ze werd op sleeptouw genomen door de vrouwen uit het dorp. Ze werd van het ene huis naar het andere gesleept. Adine had continu drie meisjes aan haar hand hangen, die niet van plan waren om los te laten. Al met al vonden we het een geslaagde dag. We zijn dan ook blij dat Aart ons heeft weten mee te nemen. Zoveel mogelijkheden om op deze manier het platteland te leren kennen zijn er niet. We zijn toch gekluisterd aan de stad.

Op picasa zijn foto's van ons bezoek terug te vinden.