vrijdag 17 oktober 2008

Energiecrisis


Er zijn van die dingen waarvan je niet doorhebt dat ze er zijn, totdat ze er niet meer zijn. Een voorbeeld hiervan is elektriciteit. In Nederland is het zo gewoon dat je altijd de beschikking hebt over elektriciteit, dat als een keer de stroom uitvalt iedereen er over praat. Als het lang duurt of een groot gebied betreft, dan staat het de volgende dag zelfs in de krant en zijn de eerste schadeclaims al ingediend. Zo lazen wij afgelopen week op teletekst, dat in het centrum van Rotterdam de stroom één uur was uitgevallen. Twintig duizend huishoudens zaten zonder stroom en treinreizigers waren gestrand omdat de treinen niet konden rijden.

In Lahore valt elke dag bij miljoenen mensen de stroom uit. Niet één uur op een dag, maar meerdere uren. Er zit zelfs een systeem in. Over het algemeen valt precies op het hele uur de stroom uit en precies een uur later is de stroom weer terug. In elke wijk valt op deze manier wel een paar keer per dag de stroom uit, maar in sommige wat armere wijken zelfs om het uur. De stroom wordt afgeschakeld om energie te besparen. Pakistan produceert zelf niet genoeg elektriciteit om alle huishoudens, winkels, kantoren en fabrieken van energie te voorzien. Daarnaast heeft Pakistan niet genoeg middelen om elektriciteit te importeren uit bijvoorbeeld Iran. Pakistan is dus op rantsoen. Alleen met feestdagen, zoals Suikerfeest, hebben huishouders de hele dag de beschikking over elektriciteit. Dit komt, omdat tijdens deze dagen de meeste fabrieken zijn gesloten.

De afgelopen twee maanden hadden we bijna geen last van stroomuitval. Als de stroom een keer uitviel, dan was hij binnen vijf minuten weer terug. Volgens onze Pakistaanse vrienden kwam dit, doordat de campus dubbel is ontsloten. Iemand heeft in het verleden de moeite genomen om de campus ook aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk van de gevangenis. Om veiligheidsredenen valt daar zelden de stroom uit. Helaas is vorig weekend een eind gekomen aan onze betrekkelijke luxe. Ineens viel de stroom een aantal malen per dag voor ongeveer een uur uit. Een ritme leek daar nog niet in te zitten, maar gedurende de week kwam dit ritme op gang. De stroomuitval begint nu meestal rond 9 uur ’s ochtends. Vervolgens valt elk oneven uur de stroom uit tot zes uur ’s avonds. De rest van de avond hebben we weer beschikking over elektriciteit. Op donderdag was de stroomuitval het ergste. Toen viel in totaal zes keer een uur lang de stroom uit.

Nu het wat koeler wordt en we de airconditioning niet meer zo veel gebruiken is het niet zo erg dat om het uur de stroom uitvalt. Het wordt pas erg als dit ritme aanhoudt tot in de zomer. Bij temperaturen van ruim boven 40 graden is een uur zonder stroom echt afzien. We hopen dat de stroomuitval slechts tijdelijk is. We hebben geruchten gehoord dat ze bezig zijn met groot onderhoud aan een verdeelstation. Dit gerucht werd bevestigd, toen we gisteren in de nabijheid van zo’n verdeelstation een groep mannen zagen werken aan een nieuwe elektriciteitsmast. Nu maar hopen, dat het groot onderhoud is afgerond tegen de tijd dat de zomer begint.

Toch is elektriciteit niet het enige waar in Pakistan een tekort aan is. Ook aan olie en benzine is er een tekort. Twee weken geleden is de nieuwe president van Pakistan nog naar Iran gegaan om olie op de pof te kopen. Pakistan heeft niet genoeg middelen om de olie nu al te betalen. De vraag is alleen, wanneer Pakistan wel genoeg geld heeft om de olie te betalen. Het gaat met de Pakistaanse economie op z’n zachtst gezegd niet echt denderend. Een ander voorbeeld: de regering heeft onlangs een aantal oliemaatschappijen verboden om benzine te importeren. Er was een tekort aan benzine ontstaan, nadat de raffinaderijen vanwege Suikerfeest drie dagen hadden stilgelegen. Ook de gastoevoer schijnt niet helemaal goed te lopen, ondanks dat Pakistan de beschikking heeft over gasvelden in de provincie Baluchistan. In de zomer is er geen probleem met de gastoevoer, maar als het winter wordt en mensen hun huis moeten verwarmen, schijnt de gastoevoer te stokken.

Bijna wekelijks belooft de regering dat het energieprobleem binnen vijf jaar is opgelost. Hoe ze dat willen doen, zeggen ze er niet bij. Onze Pakistaanse vrienden zeggen dat de bovenstaande belofte al jaren wordt gedaan, maar dat het alleen maar erger wordt. Dat kan ook bijna niet anders. De Pakistaanse bevolking groeit als kool. Elk jaar komen er miljoenen nieuwe Pakistani bij en een stad als Karachi groeit per jaar met een half miljoen inwoners. Als dit groeitempo de komende dertig jaar doorzet, dan is tegen die tijd de bevolking van Pakistan verdubbeld. Tegen een dergelijke bevolkingsgroei is bijna niet op te bouwen. Zeker niet als het grootste gedeelte van de begroting wordt besteed aan het leger. Wat verder meehelpt aan de energiecrisis is de enorme toename van auto’s. Vijf jaar geleden hadden niet zo veel mensen een auto, maar sindsdien is het autobezit explosief gestegen. Vandaar dat je in Pakistan nog relatief veel nieuwe auto’s ziet rijden. Voor deze groei is een simpele uitleg: vijf jaar geleden maakten banken het mogelijk om geld te lenen voor de aanschaf van een auto. Ook werd het vanaf toen mogelijk om een auto te leasen.

De Pakistaanse regering heeft in ieder geval al één stap gezet om het energieprobleem op te lossen. Ze hebben de subsidies op energie afgeschaft. Hierdoor is de elektriciteitsrekening binnen een jaar tijd met vijftig procent gestegen…

dinsdag 7 oktober 2008

Ramadan


Bijna de hele maand september stond in het teken van Ramadan of Ramzan zoals het hier wordt genoemd. Ramadan is het grote vasten voor moslims. Een uitzondering wordt er gemaakt voor kinderen (waartoe ook verstandelijk gehandicapten gerekend worden), ouderen, zwangere vrouwen, zieken, mensen die reizen en vrouwen die ongesteld zijn. Die laatste drie groepen moeten hun verzuimdagen wel naderhand inhalen. De meeste mensen in Nederland weten dat moslims tijdens Ramadan tussen zonsopgang en zonsondergang niks mogen eten en drinken. Wat minder mensen weten is dat je ook niet mag roken en geen sex (ook geen masturbatie) mag hebben. Sommige moslims vinden zelfs dat je je eigen speeksel niet zou mogen doorslikken. Vandaar dat je tijdens Ramadan geregeld mensen op de grond ziet spugen. Omdat in Pakistan 97 procent van de mensen moslim is, wordt het dagelijks leven bepaald door Ramadan. Dat betekende voor ons, dat we niet in het openbaar mochten eten of drinken (al zouden veel mensen het wel accepteren als we dat wel deden, omdat we immers buitenlanders en reizigers zijn). Daarnaast bleken overheidskantoren minder lang open te zijn en waren sommige mensen door het te kort aan water en voeding aan het eind van de dag niet meer helemaal helder. Zo kochten we bij een marktkoopman een dozijn bananen (bananen worden hier per dozijn verkocht) en een watermeloen. Zowel de bananen als de watermeloen kostten vijftig roepies per stuk, maar de marktkoopman vroeg ons slechts 50 roepies in totaal.

Ramadan is in de Islamitische kalender een gewone maand, zoals bij ons augustus of september. Het probleem bij de islamitische kalender is, dat het begin van elke maand met het blote oog moet worden vastgesteld. Een nieuwe maand begint als de maan weer zichtbaar wordt. De maan moet met het blote oog worden waargenomen. Er mogen geen hulpmiddelen zoals computers of verrekijkers worden gebruikt. Als het bewolkt is, kan dus niet worden vastgesteld of de nieuwe maand begonnen is. Als het meer dan twee dagen bewolkt is, wordt alsnog de nieuwe maand afgekondigd. Want dan kan worden aangenomen, dat inderdaad de nieuwe maand is begonnen. Anders zou Ramadan in Nederland wel 40 in plaats van 28 dagen kunnen duren. Het plannen op basis van een Islamitische kalender wordt daardoor behoorlijk bemoeilijkt. Je kunt moeilijk iets op de tiende Ramadan afspreken, want dit kan een dinsdag, woensdag of donderdag zijn. Dat is ook één van de redenen, waarom in de meeste moslimlanden gebruik wordt gemaakt van de westerse kalender.

Ramadan is ook een dure maand. Elke avond na zonsondergang wordt er uitgebreid gegeten. Dit wordt ook wel iftar genoemd. Vroeger werd iftar aangekondigd met een kanonschot, maar heden ten dage gebeurt dit middels een korte loei van het luchtalarm onmiddellijk gevolgd door de gebedsoproepen vanuit de vele moskeeën. Deze lijken in de maand Ramadan de luidsprekers nog harder te hebben gezet. Rond iftar zijn de straten uitgestorven en de winkels gesloten. Echt iedereen is dan aan het eten. Ramadan is ook de maand van de naastenliefde. Mensen zijn eerder geneigd om iets aan een bedelaar te geven. Vandaar ook dat tijdens Ramadan meer bedelaars op de straten verschijnen. De regering van de provincie Punjab deed ook een duit in het zakje en besloot om de helft van de kosten van een zak meel te subsidiëren. Zo kon het zijn dat je op een avond een grote truck in de wijk zag staan, met daaromheen een hoop mensen die een zak meel op hun schouder hadden of in de rij stonden om er één te kopen.

Als Ramadan voorbij is, vindt het Suikerfeest plaats. Dit wordt ook hier Eid-ul-fitr genoemd, in de volksmond Eid. In Pakistan wordt niet één dag Suikerfeest gevierd, maar drie. De regering had halverwege Ramadan afgekondigd dat woensdag 1 oktober tot en met vrijdag 3 oktober officiële feestdagen zouden zijn. Dit terwijl nog niet bekend was, wanneer het Suikerfeest precies zou beginnen. Want dat moet dus op de avond van te voren met het blote oog worden vastgesteld. Zoals elk jaar leidde dit vaststellen weer tot grote misverstanden. Terwijl in de meeste moslimlanden op de wereld op dinsdag 30 september het Suikerfeest al was begonnen, vastte Pakistan nog lekker een dag door. Dinsdagavond om tien uur was nog niet op televisie bekend gemaakt, dat het Suikerfeest was begonnen. Iedereen hield er al rekening mee dat het Suikerfeest pas op donderdag 2 oktober van start zou gaan.

Woensdag 1 oktober stond Jane, onze Engelse buurvrouw, voor de deur met de vraag of we 's middags mee gingen zwemmen. Ze vertelde dat ze 's morgens naar haar werk was gegaan, maar dat het verdacht stil was op de weg. Eenmaal aangekomen op haar werk, het United Christian Hospital, bleek dat het die dag toch Suikerfeest was. De regering had om elf uur 's avonds na vijf uur vergaderen, afgekondigd dat op 1 oktober toch het Suikerfeest zou beginnen. De beslissing was naar Pakistaanse gewoonten tamelijk controversieel. Niet alle geestelijken hadden de maan met eigen ogen aanschouwd. Een paar conservatieve geestelijken hadden zelfs aangegeven dat de minister niet bevoegd zou zijn om de maand Ramadan officieel beëindigd te verklaren, omdat hij geen geestelijke is. Dit betekende dat niet in het hele land op 1 oktober het Suikerfeest was begonnen. Een aantal conservatieve moskeeën, waaronder één in de oude stad van Lahore, plakte er nog gewoon een vastendag aan vast. Die late beslissing tot het uitroepen van Suikerfeest had als gevolg dat op 30 september om elf uur 's avonds nog duizenden mensen naar de bazaar gingen om boodschappen te doen. Deze mensen hadden gedacht dat ze op 1 oktober nog boodschappen konden doen.

Met Jane zijn we op de eerste vastendag gaan zwemmen bij de Lahore International Association. De stad was uitgestorven. Op wegen waar het normaal gesproken vaststaat met verkeer, konden we nu gewoon doorrijden en bij winkelcentra waar het normaal helemaal vol staat met auto's en brommers was het angstaanjagend stil. Lahore leek wel een spookstad.

zaterdag 27 september 2008

Pakistan Christian Music Convention


Van 18 tot en met 21 september werd op de campus, precies achter ons appartement, de jaarlijks terugkerende Pakistan Christian Music Convention (PCMC) gehouden. Resha, de directrice van Adine's werk, zat in het organisatiecomité. Dat betekende dat alle stafleden van Dar-ul-Mussarat (DuM) vrijwillig verplicht waren om mee te helpen. Alle leraren kregen een paar weken voor aanvang een bonnenboekje mee. In dit bonnenboekje zaten 20 bonnen ter waarde van 20 roepie (circa 20 eurocent). Het was de bedoeling dat de leraren deze bonnen verkochten aan vrienden en familie. De opbrengst zou ten goede komen aan de PCMC. Daarnaast werd de leraren om een donatie van 400 roepie gevraagd. Bij alle leraren die weigerden om bonnen te verkopen, zou een bedrag van 400 roepie worden ingehouden op hun salaris...

Het is ook de bedoeling dat op de PCMC door Dar-ul-Mussarat een toneelstuk wordt opgevoerd. Dit toneelstuk zou elke dag van de PCMC worden opgevoerd. Al op één van Adine's eerste werkdagen werd Adine gevraagd om mee te spelen in het toneelstuk. Ze zou één van de belangrijkste rollen in het toneelstuk mogen vervullen: die van grote engel. Niemand had haar toen uitgelegd, dat het toneelstuk zou worden opgevoerd op de PCMC en dat daar elke dag ongeveer 1.000 tot 1.500 man op afkomen. Dat werd pas weken later duidelijk. Toen kon Adine al niet meer terug. Drie weken lang werd bijna elke werkdag het toneelstuk geoefend. Alia had van Resha de regie toegewezen gekregen, maar dat weerhield Resha er niet van om regelmatig te controleren of het toneelstuk wel door de beugel kon. Resha's eer stond natuurlijk wel op het spel.

Donderdag 18 september zou de Pakistan Christian Music Convention (PCMC) na weken van voorbereiding eindelijk beginnen. De organisatoren hadden een strakke planning in elkaar gezet. Om half zeven zou de PCMC beginnen en om acht uur stond Adine's toneelstuk op het progamma. Iedereen die in Pakistan is geweest is vroeg of laat wel tot de ontdekking gekomen dat een strakke planning in Pakistan een contradictio in terminis is. De PCMC begon dus om kwart over zeven. De PCMC stond de eerste dag geheel in het teken van Ernest Mall. Ernest heeft de laatste 14 jaar een belangrijke rol gespeeld in de organisatie van de Pakistan Christian Music Convention. Hij trad zelf ook veelvuldig op en heeft zelfs enkele hits achter zijn naam staan. In Nederland zullen maar weinig mensen hem kennen, want zijn liederen zijn allemaal in het Urdu en gaan zonder uitzondering over Christus. Helaas is Ernest Mall een aantal maanden geleden op veel te jonge leeftijd overleden. Op het podium was een groot portret van Ernest neergezet. De eerste uren van de PCMC werden gevuld met toespraken van iedereen uit het bisdom die zichzelf maar beetje belangrijk vindt. En naar goed Pakistaans gebruik tel je pas mee als je toespraak langer dan een kwartier duurt. Iedere spreker wilde in zijn toespraak op zijn of haar manier vertellen hoe goed hij Ernest Mall wel niet kende en hoe groot zijn bijdrage is geweest aan het christendom in Pakistan. Hij heeft de christenen in Pakistan weer eigenwaarde gegeven. Althans, we dachten dat er uit op te maken, want alles was in het Urdu. Het leek wel één grote uitvaartdienst.

Om tien uur was het eindelijk tijd voor Dar-ul-Mussarat om het toneelstuk op te voeren. Adine’s toneelstuk duurde ongeveer vijf minuten en het verhaal was vertederend simplistisch: het beeldde het leven uit van Ernest Mall. Hij en zijn gezin waren erg toegewijd aan God. Ze baden vaak en bij alles wat ze deden dankten ze God voor Zijn steun. Helaas kwamen de engelen hem halen. Maar omdat hij goed had geleefd, zou de grote engel, vertolkt door Adine, hem in het hiernamaals beschermen. Ondanks alle voorbereidingen verliep het optreden toch niet helemaal gesmeerd. Het ontbrak vooral aan synchronisatie en symmetrie. Het toneelstuk werd begeleid door een nummer van Ernest Mall. Meestal is het wel makkelijk om op de maat van de muziek te acteren, maar voor de leraren van DuM was dat toch te hoog gegrepen.

Op youtube is een gedeelte van het toneelstuk van Adine terug te zien ( http://www.youtube.com/watch?v=kTvdJa28WRA ).

woensdag 17 september 2008

Een paar woordjes Urdu


Even een paar basiswoorden Urdu die je als onze familie of vriend zeker in je vocabulaire dient op te nemen (we zullen jullie overhoren!):

Shalwar = een wijde broek met elastiek die elke vrouw draagt en de meerderheid van de mannen
Kameez = een lange blouse tot aan de knieën met inkepingen bij de heupen, wordt gedragen boven een shalwar
Dupatta = een heel brede en lange sjaal die vrouwen over hun kameez draperen, over de schouders en boezem. Strengere moslima’s in Pakistan gebruiken het als hoofddoek.

Roti = algemene term voor brood, dus ook toast
Chapati = rond plat brood, gemaakt van tarwebloem en water
Naan = een chapati, maar dan met sesamzaadjes erop
Paratha = gefrituurde chapati, meestal over van de vorige avond. Wordt gegeten bij het ontbijt of verpakt in een oude krant meegenomen als lunch. Het lijkt wat op een pannenkoek, maar smaakt anders en is een stuk vetter.
Doedh = melk
Dahi = yoghurt
Kela = banaan (Toms lievelingsfruit als hij ietsje honger heeft!)
Seeb = appel
Channa = kikkererwten die er zijn in wit en zwart. In Nederland kennen wij alleen de witte. De zwarte zien er uit als kapucijners.
Chawel = rijst
Mazzeddar (?) = lekker (?)

Riksha = brommertaxi; een blauwe is eenvoudig, smal en eigenlijk niet geschikt voor meer dan twee personen (maar dat wil in Pakistan zeggen dat er met gemak 4 mensen in kunnen), een groene is iets breder, luxer en heeft meer cc. Daar pas je gemakkelijk met z’n drieën achterin.

Salaam of assalaam aleikum = goedendag
Choedah hafez of Allah hafez = tot ziens (bij de gratie van God)

Succes met oefenen! Als je wilt weten hoe je het moet uitspreken, kun je ons bellen of skypen. Zie hiervoor rechts onze gegevens.
p.s.: we hebben ook een aantal fimpjes op youtube gezet. Het is de bedoeling dat we daar gedurende het jaar meer fimpjes op gaan zetten. Als je naar de volgende link surft, zie je al vast een voorproefje. http://www.youtube.com/watch?v=rhgTqzh5y_k

woensdag 10 september 2008

Adine's werkdag


We maken zoveel mee dat ik niet zo goed weet waar te beginnen. We ontmoeten nog steeds elke dag nieuwe mensen van wie ik graag de naam wil onthouden, maar waarbij me dat niet lukt. De namen van de kinderen op school ken ik nu bijna allemaal. Dat is makkelijk om met ze in contact te komen: te communiceren. En dat is tenslotte mijn werk.

Mijn werkdag ziet er als volgt uit. Ik sta op om kwart voor zeven, wat voor mij nog steeds erg vroeg is. Voor mensen hier dagelijkse kost , zij staan bijna allemaal om vijf uur op. Dus ik mag nog blij zijn.
Dan neem ik een lauwe of koude douche, eet mijn cornflakes met melk en een banaan en soms een toast met jam. Dus best nog te vergelijken met een Nederlands ontbijtje. Dan is het ongeveer half acht en hoop ik op tijd te zijn voor de devotion. Voor alle andere stafleden is het belangrijk stipt op tijd binnen te zijn, anders krijg je waar iedereen bij is op je donder van de directrice. Dat op tijd zijn is voor een aantal wel een probleem, zeker als je afhankelijk bent van het openbaar vervoer. Ik heb ook moeite om op tijd te komen, een inmiddels bekend (!) verschijnsel voor mijn collega’s en anderen in Nederland. Heb ik van mijn vader geërfd (ja papa, ik wilde je toch even noemen, fijn hè). Maar ik krijg (tot nu toe) niet op mijn donder. Niet erg rechtvaardig, maar daar kan ik ook niets aan doen….

Devotion betekent dat alle stafleden samen een christelijk lied zingen in het Urdu. Zoals in Nederland in de kerk zingen sommigen goed en anderen erg vals en hard. Soms begeleidt Imran, de muziekdocent, het lied met keyboard of als de stroom er af ligt het harmonium. Ze willen graag dat ik ook ga begeleiden met mijn altviool, maar er staat geen noot van deze liederen op papier. Dat is voor mij dus erg moeilijk aangezien ik toch westers ben en graag noten lees bij het muziek maken. Imran doet alles by heart. Na het zingen leest iemand voor uit de Urdu bijbel en wordt er gebeden. Na het bidden wordt er door de directrice (of als ze er niet is, de hoofddocent) gemeld wat er die dag van de docenten en andere staf wordt verwacht naast lesgeven.

Dan is het tijd om je klaar te maken voor het lesgeven. Althans dat doe ik dan of probeer ik dan. Collega’s lopen eerst heen en weer (lijkt voor mij als Nederlandse wat doelloos en inefficiënt) en begroeten elkaar uitgebreid. Dit begroeten komt elke dag terug. Vrouwen zoenen elkaar en geven een knuffel. Mannen geven elkaar een hand. Mannen en vrouwen geven elkaar een hand. Iedereen vraag altijd erg sociaal wenselijk: hoe gaat het met je, goed, en met jou, ook goed. Deze zinnen kunnen Tom en ik nu al dromen in het Urdu: Kja ha lè? Mè thiek hoon, aap ka kja ha lè? Mè bhi thiek hoon. En onze uitspraak is blijkbaar erg goed. We krijgen regelmatig complimentjes, dus leren we enthousiast verder.

Tussen half negen en negen uur komen de kinderen binnen druppelen en wordt er gezamenlijk gezongen en gekeken wie present or absent is. Dit wordt in het grote boek opgeschreven.
Om negen uur gaan de kinderen naar hun eigen klas met hun docent. Nadab, Amber en ik gaan naar onze speech room (speciaal voor mij met airconditioning). Voor Nederlandse maatstaven een behoorlijke ruimte, zeker driekwart van de fysioruimte in Ottersum denk ik. Voordat ik kwam was er een kleine ruimte beschikbaar. Maar dankzij mijn komst is logopedie gepromoveerd. Deze week zijn we met z’n drieen bezig om een Urdu versie van een articulatieonderzoek te maken. Vrijdag zijn we gestart en morgen is het hopelijk af, al met al een week werk dus. En dat terwijl we dit in Nederland wel in een dag af zouden hebben. Maar ik heb geduld. We zijn dus op mijn advies nog niet gestart met therapie.

Om half elf is het snacktime. Alle docenten krijgen chai geserveerd in hun klas. Dat is Pakistaanse hele sterke thee met veel melk en suiker. Soms krijg ik speciaal black tea. Dan weer lessen tot kwart over twaalf, want dan begint de gezamenlijke lunch in de dining room. Alle kinderen hebben hun lunchtrommel mee met meerdere bakjes waarin een chapati of parata (soort broodpannenkoeken) zit en groente, rijst of een omelet. Op vrijdag kookt Roselyn, de kok van Dar-ul-Mussarat en eten docenten ook mee. Om één uur gaan de kinderen naar huis en werk ik tot twee uur verder. Dan ga ik naar huis, eet lunch met Tom. Tegen drie uur gaan we een uurtje slapen. Daarna is er tijd voor andere dingen of werk ik nog een beetje thuis.

donderdag 28 augustus 2008

Ziek

We hadden er al rekening mee gehouden, we zouden de eerste weken waarschijnlijk niet zonder lichamelijke ongemakken doorkomen. Het lichaam moet toch wennen aan de nieuwe omgeving: ander klimaat, ander voedsel, ander water, andere bacterieën en andere virussen. Wat het voor ons wel lastig maakt is dat wij allebei andere wensen hebben omtrent het gebruik van de airconditioning in de slaapkamer. Adine wil graag de hele nacht met airconditioning aan slapen, terwijl ik het liefst zonder airconditioner, maar met ventilator wil slapen. Tot nu toe hebben we vaak de gulden (?) middenweg gekozen. De eerste helft van de nacht is alleen de ventilator aan en als het rond drie uur 's nachts te warm in de slaapkamer is geworden, gaat de airco aan. Ik kruip dan onder mijn deken, terwijl Adine geen deken of laken gebruikt. Wat dat betreft kunnen we misschien beter apart gaan slapen. We hebben nog een slaapkamer over...

Sinds zondag heb ik stevige hoofdpijn en koorts. Raju, de man van Alia, een collega van Adine, had wel een goed middeltje daartegen en pakte de fles Pakistaanse rum uit de kast. Helaas werkte het wondermedicijn contraproductief: in plaats een houten kop kreeg ik een betonnen kop. Na twee glazen rum cola kon ik me totaal niet meer concentreren en zat ik als een zombie op de bank.

De afgelopen dagen hebben wij het rustig aan gedaan. We zijn de compound niet afgeweest. Dinsdag kwam Adine alweer om negen uur thuis, omdat ze zelf ook ziek was. Vanaf de tijd dat ze Dar-ul-Mussarat (DuM) binnenstapte had ze alleen maar zitten zweten. Dit terwijl de airconditioning gewoon op 18 graden stond. Adine was toch wel benieuwd hoeveel koorts we eigenlijk hadden. Daarbij bleek dat Adine eigenlijk geen noemenswaardige verhoging had. Dit in tegenstelling tot mijn temperatuur. Tegen de avond was deze opgelopen tot 39,7. Adine vond het raar dat ik nog steeds zo helder was en niet in bed lag te ijlen. Wat doe je dan in dit soort gevallen? Je moeder om raad vragen. Gelukkig was Inge niet ongerust en gaf ze het juiste advies: kijk het nog een dag aan en als het boven de 40 komt actie ondernemen. Dat leek ons ook het beste.

De collega's van Adine vragen elke dag hoe het met mij gaat en of ik medicijnen gebruik. Vooral het laatste vinden we vreemd. Pakistanen geloven blijkbaar heilig in de werking van medicijnen. Telkens als Adine zegt dat ik paracetamol gebruik, knikken ze er goedkeurend bij. Resha, de directrice van DuM, vond maandag al dat ik naar een dokter toe moest. Adine probeerde dit af te houden en legde uit dat we in Nederland niet bij elk griepje naar de dokter gaan. En het enige wat dokters (ons inziens) in Pakistan doen, is medicijnen voorschrijven. Maar eigenlijk vond Resha dat we dit allemaal aan ons zelf te danken hadden, want wij wilden perse in augustus komen. Als het aan haar had gelegen, waren we pas in september gekomen. We vonden dat allebei een beetje kort door de bocht. Ten eerste is het bijna september, ten tweede is het niet zeker dat het door het weer komt, ten derde worden we in Nederland ook wel eens ziek en ten vierde zouden we dan wel later in het jaar ziek geworden zijn.

Vanochtend moest ik het van Adine rustig aan doen. Mijn temperatuur was nog steeds 39,4. Als eerste heb ik de airconditioning uitgezet. Het voelde zo fijn om gewoon een paar uur achter elkaar lekker te zweten. De ochtend doorgebracht met internetten (ja we hebben nu eindelijk internet thuis). Meteen ook een boze brief gestuurd naar CZ, omdat zij maar niet reageren op mijn mails en hun werk maar half doen. Van deze ingehouden agressie ging ik zelfs nog meer zweten. Het voelde bijna alsof ik in de sauna zat. Verder heb ik de rest van de ochtend op bed zitten zweten. Het slapen ging wat minder goed. Eerst werd ik wakker gebeld door Adine die informeerde hoe het met mij ging. Vervolgens werd ik geconfronteerd met kindergezangen die opstegen uit de kleuterschool die onder ons appartement is gevestigd. En ze zingen zo hard! Het is onderhand geen zingen meer, maar schreeuwen. Toen Adine 's middags weer thuis kwam van haar werk, was mijn temperatuur gedaald tot 37,7. Waar een beetje zweten niet allemaal goed voor is.

Ter afsluiting nog iets wonderbaarlijks: ik was aan het zappen en plotseling kwam ik bij een zender waar een Nederlanse film met onder andere Theo Maassen, Monic Hendrickx, Georgina Verbaan, Suzanne Visser en Monique van de Ven werd uitgezonden. De film was niet ondertiteld én niet nagesynchroniseerd. Dus wie weet wat er nog meer voor leuks op tv langskomt.

woensdag 20 augustus 2008

Een weekendje weg

Donderdag 14 augustus vierde Pakistan zijn onafhankelijkheid. Omdat Onafhankelijkheidsdag op een donderdag viel, hadden veel Pakistani een lang weekend. Zo ook de staf van Dar-ul-Mussarat (DuM). Op donderdag werd nog samen met een aantal leerlingen Onafhankelijkheidsdag gevierd, maar vrijdag was voor iedereen vrij. We werden door de bisschop uitgenodigd om samen met de familie van Resha (de directrice van DuM) een weekend naar Murree te gaan. Eigenlijk zou hij met een aantal priesters naar Murree gaan, maar zij konden niet weg vanwege de wateroverlast.

Murree is niet even om de hoek. Murree is hemelsbreed meer dan 300 kilometer van Lahore vandaan en is gelegen in de bergen ten noorden van Islamabad. Om de hitte te ontvluchtten brachten de Engelsen hun regeringscentrum hiernaar toe in de zomermaanden. Murree is dan ook voor Pakistaanse begrippen een chique oord en wordt in de zomer overspoeld door rijke Pakistani, die ook de hitte willen ontvluchten. Gezien de afstand wisten we dat we slechts één dag echt in Murree zouden zijn. Vrijdag en zondag zouden we bijna de hele dag in de auto zitten. Desondanks hadden we vier goede redenen om toch mee te gaan:vanuit de auto zouden we wat kunnen zien van het Pakistaanse platteland;we hoefden niet te bedenken wat we met het weekend zouden gaan doen;we zouden even kunnen ontsnappen aan de drukkende hitte van Lahore en Murree ligt in een mooi berggebied.

De heenrit ging via de Motorway naar Islamabad om vervolgens via een bergweg Murree te bereiken. Na de verkeerschaos van Lahore is de Motorway een verademing. Het is bijna een on-Pakistaanse weg: het heeft 2x3 rijstroken,ongelijkvloerse kruisingen, alleen auto’s, bussen en vrachtwagens zijn er welkom en er zijn verkeersregels. Deze worden ook nog eens gecontroleerd, wat de bisschop er toe zette om zijn gordel om te doen, niet te bellen als hij een politieauto zag en niet harder te rijden dan 120 kilometer per uur. De politie in Pakistan zet zelfs geheime camera’s in om de snelheid te controleren. Te hard rijden levert een boete op van 1000 roepies, ongeveer 10 euro. Dat lijkt niet veel, maar voor 10 euro kan hier veel meer gekocht worden dan in Nederland. Net als elke andere doorgaande weg in Pakistan is de Motorway een tolweg. De tol is echter een stuk hoger dan op de gewone highways, waardoor het verkeersaanbod net zo groot is als de A-73 op een zondagmorgen.

De ware uitdaging voor de betere chauffeur is de weg van Islamabad naar Murree. De bisschop wilde ons dan ook tonen dat hij beschikte over de juiste stuurmanskunst. De weg is niet ontworpen voor mensen met een weke maag (en zeker niet voor Inge Mol). De rit van anderhalf uur naar Murree was zenuwslopend en leverde billenknijpende momenten op. De smalle en bochtige bergweg was vol met verkeer. Volgeladen vrachtwagens kropen maar langzaam omhoog, waardoor de snellere automobilist genoodzaakt was om de vrachtwagens in te halen. Dat leverde riskante inhaalmanoeuvres op. Het zicht was door de vele blinde bochten minimaal. Regelmatig moest een inhaalmanoeuvre abrupt worden onderbroken, omdat er tegenliggers aankwamen. Toch kwam het niet tot echte ongelukken, omdat de snelheid met gemidddeld 30 km/u relatief laag lag. Daarnaast hielden de tegenliggers ook rekening met een plotselinge tegenligger op hun weghelft. Halverwege werd de spanning in de billen wat verlicht, toen we een hele tijd achter een bus aanreden. Een tegemoetkomende vrachtauto zou dan eerst frontaal tegen de bus botsen. Een dag later bleek dat we die bergweg helemaal niet hadden hoeven te nemen, omdat er sinds kort ook snelweg naar Murree voert.


Op zaterdag hebben we ook meer in de auto gezeten dan iets anders gedaan. Gelukkig was er wel even tijd om een wandeling te maken. Via een breed pad liepen we door Ayubia National Park van het ene dorp naar het andere. Een afstand van ongeveer 5 kilometer. Niemand wilde teruglopen, dus werd er een taxi geregeld. Dat bleek een klein 1.1 liter pick-up Suzuki busje te zijn, waarbij negen man op de banken in de bak plaats moesten nemen en twee voorin. Het was dan ook niet verwonderlijk dat het busje bij het wegrijden, wij stonden op een helling, niet van zijn plaats kon komen. Een aantal mannen moesten duwen om ons op gang te krijgen. De chauffeur maakte echter een stuurfout en kwam met een wiel naast de weg terecht, waardoor het busje half omkiepte in de richting van het ravijn. Onze harten klopten in onze keel. De rit terug naar ons startpunt was dan ook één met vele schietgebedjes. De weg was niet al te goed en soms ging de chauffeur van de weg af om een kuil te ontwijken. Dat was niet aan de bergkant, maar aan de ravijnkant. Ons uitgangspunt van liever door een kuil dan in een ravijn gold niet voor de chauffeur. Natuurlijk was er geen vangrail tussen de weg en het ravijn. Dat had nog niet zo lang geleden ook een buschauffeur ondervonden. Deze was waarschijnlijk door falende remmen het ravijn ingereden. De restanten van de bus lagen als stille getuige nog steeds in het ravijn.


De zondag reden we over de oude hoofdweg, de Grand Trunk Road (GT Road), terug naar Lahore. Ooit de doorgaande weg van Kabul naar Calcutta. De weg is al honderden jaren oud en stamt nog uit de tijd voordat de Britten India koloniseerden. Nu is het gewoon een ordinaire snelweg, maar dan zonder ongelijkvloerse kruisingen. Op deze weg bestaan geen verkeersregels, je rijdt gewoon zo hard als het verkeer toe staat. Als je niet rechts kunt inhalen, dan doe je dat toch gewoon links (in Pakistan wordt officieel links gereden). En als je wilt inhalen, dirigeer je het langzame verkeer voor je met je claxon naar de juiste rijbaan. Strepen staan niet op de weg om er tussen te rijden, maar er overheen. Op drie rijbanen passen ook wel vier auto’s. Naast auto’s, bussen en vrachtauto’s, vind je op GT Road ook fietsers, motorrijders, ezelskarren en vee. Eigenlijk alles wat kan bewegen, vind je hier. Vooral als de weg door een dorp of stad gaat is het chaos. Er zijn geen ongelijkvloerse kruisingen en ook geen verkeerslichten. Voetgangers, fietsers, ezelskarren en vee moeten maar gewoon zien hoe ze de weg oversteken. Toch zie je niemand, ook het vee niet, stressen om over te steken. Iedereen is er blijkbaar aan gewend dat er op 30 centimeter afstand een vrachtauto langs raast. Alleen wij niet met onze Nederlandse gestructureerdheid.


De Grand Trunk Road kan beter de Grand Drunk Road worden genoemd. Iedereen rijdt hier alsof ze een stuk in hun kraag hebben. Volgens Resha klopt dat gedeeltelijk. Ze zijn dan niet dronken van de drank, maar wel high van andere drugs zoals marihuana. Vooral op de stukken waar het verkeer vanwege wegwerkzaamheden slechts gebruik kan maken van één weghelft, is het billenknijpen. Frontale botsingen worden maar net voorkomen, want als je een vrachtwagen wilt inhalen, dan ga je toch even aan de kant van het tegemoetkomend verkeer rijden… Het is dan ook niet voor niks, dat normaal gesproken de rijbanen strikt gescheiden zijn door een betonnen wand van een halve meter hoogte.


Maar, we hebben het overleefd. We zijn heel in Lahore aangekomen. We zullen de volgende keer als de bisschop ons voor een weekend uitnodigt, wel even twijfelen of we zo graag de weg weer op willen.